woensdag 22 oktober 2008

Cultuur en maatschappij

Evaluatie week 6: Cultuur en maatschappij

Reactie op blog van Marnix

Beste Marnix,
Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.
Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl
krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))
Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett


Nick van Someren Brand: Commentaar op andere weblog (Bernadette Szábo)

Beste Bernadette,

bij voorbaat mijn excuses dat ik niet zo uitgebreid ga reageren als Puck gedaan heeft. Allereerst wil ik zeggen dat je duidelijk haar commentaar ter harte hebt genomen en er iets mee gedaan hebt. Je typfouten zijn tot een minimum beperkt en ook ik neem het je natuurlijk niet kwalijk dat je zinnen soms niet helemaal goed zijn. Je taalgebruik is goed en hangt op een fijne manier tussen het academische en weblog-stijl in. Ook het samenvatten heb je goed overgenomen.
Wat betreft de samenhang tussen artikel en hoorcollege merk ik dat je probeert verwijzingen te maken, maar niet echt diep gaat. Waarschijnlijk komt dit, doordat je het artikel los van het hoorcollege behandelt. Als je de twee met elkaar zou verweven (als je begrijpt wat ik bedoel), is het ook makkelijker om op het verband in te gaan en is de samenhang nog beter.
Andere pluspunten vind ik je gebruik van externe bronnen. Wat ik me echter afvraag, is of je aan de hand van deze bronnen probeert je eigen standpunt in het debat duidelijk te maken. Als dit zo is, moet je dit, denk ik, explicieter vermelden. Als dit niet zo is, dan zou dit een aandachtspuntje voor de laatste blog kunnen zijn.
En dan de mindere punten. Je hebt een aantal onvolledigheden in je blogs staan, die je nog niet hebt aangevuld. Een voorbeeld is: "EPN houdt zich bezig met..." Soms spel je ook namen verkeerd, zoals Erna Klotkamp (Kotkamp) en Hertz (Herz). Dit is natuurlijk zo te corrigeren. Ik wilde ook voorstellen om kortere zinnen te gebruiken aangezien je soms geneigd bent om twee zinnen aan elkaar te verbinden door een komma, maar in je blog over e-learning pas je dit al toe. Ga zo door.
Als laatste denk ik dat je moet werken aan de inhoud van je werkcollege-evaluaties. Deze zijn heel uitgebreid en ook redelijk scherp, maar moeten veel meer gaan over jezelf. Je bespreekt het verloop en presteren van debatten waarin je zelf niet participeert, maar dat is volgens mij verspilde moeite. Hoofdonderwerp moet zijn hoe jijzelf presteerde en hoe je dat in de toekomst wilt gaan verbeteren. Dat bespreek je nu al wel een beetje, maar het zou dus precies andersom moeten zijn, zodat de medestudenten een voetnoot zijn en jouw eigen progressie de boventoon voert.
Volgens mij is het al met al best nog uitgebreid geworden... Heel veel succes met het afmaken van je blog en je opleiding!
Nick van Someren Brand

Reactie op de reflectie van Nick van Someren Brand

Hoi Nick,

Wat heb je gelijk! Precies dezelfde feed-backs die ik van Thomas Poell heb gekregen. Daarna had ik meteen mijn teksten aangepast. Maar ik was ze vergeten te posten. Dus, je hebt mijn oude teksten gelezen. Echt stom van mij, en hiervoor wil ik mijn excuses aanbieden. Ik had mijn blog meteen moeten updaten, maar ik was het helemaal vergeten. Uitgaand van jouw opmerkingen heb ik mijn verbeterde teksten nog een keer goed doorgelezen, en nog een aantal punten veranderd. Ik hoop dat mijn blog tenminste een (net) voldoende waarde is.

Bedankt voor je feed-back!
Groetjes, Bernadett


Gastcollege

Zaterdag ochtend, 18 oktober. Na een groot feest in Utrecht, liep ik rond half negen naar huis vanuit de bushalte. „Die Marokkanen hebben weer een puinhoop van dit park gemaakt….”, hoor ik opeens. Wie, wat, waar? Oh, ja, natuurlijk. Het park, dichtbij waar ik woon is een goede plek voor jongeren (niet alleen, maar vooral Marokkanen) om samen te komen en een joint te roken, of iets te drinken. Maar het vuil blijft regelmatig achter. Dus, dit zinnetje was niet voor mij bedoeld. Ik moest lachen. Voorzichtig, verborgen. Zodat die boze heer het niet kon zien. Ik moest aan de woorden van Madelon Stokman denken.
Madelon Stokman, journalist bij NIO (Nederlandse Islamitische Omroep) heeft een gastcollege voor ons gehouden over de rol van de media in de huidige beoordeling van de islam. In de Westerse samenleving spelen de media een enorm grote rol in de vorming van meningen van en over verschillende groepen. De door Stuart Hall gebruikte term, ‘dominant or preferred meaning’ speelt hierbij een grote rol. Algemeen kunnen we vaststellen dat het merendeel van de bevolking door deze dominante ‘meaning’, dominante ‘reading’ wordt gestuurd. Dit wil zeggen: doordat er bepaalde betekenissen dominant zijn, worden wij ook gestuurd in de interpretatie van de boodschap.<1> Dit gebeurt tegenwoordig in de Nederlandse samenleving als er over de islam wordt gediscussieerd. Doordat kranten, nieuwsuitzendingen etc. ‘De Marokkanen’ als term gebruiken, scheren de media deze mensen over één kam. Verder schept deze term een verkeerd beeld over hoe er over die mensen moet worden gedacht. Een verkeerd beeld aan de Nederlandse samenleving, maar ook een verkeerd beeld aan de Marokkanen; ze voelen zich namelijk allemaal aangesproken, hoewel de nieuwsuitzending over een criminaliteit, gedaan door een paar Marokkaanse jongens ging.
Het gebruik van de juiste termen is dus essentieel wanneer iemand als journalist werkt. Sinds 2001 is er een grote verandering aan de gang met betrekking tot de islam. De rol van de media, zoals gezegd, is de belangrijkste factor. Niet alleen in Nederland, maar ook overal in de Westerse samenleving. Dit wil ik aan de hand van het voorbeeld van ‘terrorist’ of ‘vrijheidstrijder’ illustreren. Één man kan vanuit beide perspectieven worden belicht. In Iran is hij vrijheidstrijder, in Amerika is hij terrorist.

Het probleem van de Westerse samenleving is, dat het sterk door de media gestuurd wordt, wat de denkbeelden van mensen betreft. Door media krijgen we informatie over bepaalde dingen, maar die informatie wordt geselecteerd op basis van hoe de media daarover denken. Met de opkomst van nieuwe media krijgen we bredere middelen om over bijvoorbeeld de islam meer informatie te kunnen krijgen. Op het internet googelen is één van de gemakkelijkste en meest populaire manieren. Maar hoe doe je dat? Je komt op meerdere websites terecht, je krijgt verschillende, soms elkaar tegensprekende informatie. Op welke manier ga je filteren? Betrouwbare bronnen vinden is niet in alle gevallen makkelijk. Bronnen checken kan niet altijd en overal. De website geenstijl.nl geeft geen complete beeld over de islam, maar hoe weet iemand die niets over de geenstijl.nl weet dat? Volgens Madelon Stokman is het achterhalen wie achter bepaalde websites zitten belangrijk. Maar wat als je dat niet kan doen? Het bekijken van het nieuws op AL-Jazeera, of het lezen van bijvoorbeeld Iranese vrouwenblogs op het internet, zouden oplossingen kunnen zijn voor het verzamelen van informatie over de islam.

In het artikel van Markarian werd goed uitgelegd, hoe deze vrouwen een soort netwerk hebben ontwikkeld.<2> Door middel van internet kunnen ze hun ideeën over de ideale man-vrouw samenleving verspreiden, zonder dat de islam (wat een taboe – onderwerp is in de Arabische wereld) aangetast wordt. Hun ideeën over de rechten van vrouwen, gelijke behandeling, emancipatie en een andere mogelijke vorm van samenleving wordt op het internet gerepresenteerd. Het is hun enige manier om gehoord te kunnen worden. In een land, waarin de regering en de Islam niet ter discussie gesteld mogen worden en de vrouwen diep onderschat worden is er geen andere manier van vrije meningsuiting. Dit kunnen we zien als een vorm van richting naar democratisering. Echter de vraag is: Is dit een vorm van publieke sfeer?
Als we puur van de theorieën van Habermas willen uitgaan dan kunnen we meteen een vraagteken bij deze stelling zetten.<3> Het zijn geen blanke mannen, maar gekleurde, meestal hoog opgeleide vrouwen, die niet in koffiehuizen zitten en debatteren, omdat dat in die omgeving onmogelijk is. Maar in de blogs werd er zeker een kritisch en rationeel debat gevoerd over de huidige politieke situatie met betrekking tot de rechten van vrouwen. Niet iedereen wordt hier gerepresenteerd, maar in de 19e eeuw was dat ook niet het geval. Slechts 5% van de bevolking nam deel aan het debat. Het concept publieke sfeer vanuit het aspect van Thompson kan echter helemaal toegepast worden. Het is een discussie, waarin ook de achtergestelde groepen de kans krijgen hun stemmen te laten horen. In hoeverre er naar wordt geluisterd is een andere verhaal. Maar in ieder geval kunnen wij over een ontstaan van de publieke sfeer praten in het Middel-Oosten in de 21ste eeuw.
Waar het probleem zit, is de censuur van de staat. De regering heeft het al lang door wat er in die blogs geschreven wordt. Ook wat Al-Jazeera aan de wereld vertelt. Wat Al-Jazeera betreft, heeft de staat in een zeker mate controle over wat er wordt gezegd, omdat het een staatskanaal is. De blogs, en uitvoerders van de blogs zijn ook niet helemaal onbekend. Als je in Iran een blog aanmaakt dan ben je gelijk journalist, met al die nadelen van het journalist zijn. Als je gevoelige thema’s opneemt in je blog, dan kan dat erge consequenties hebben. Ook hier wordt dus de vrije meningsuiting van ‘betrouwbare bronnen’ geschonden. Hoe kunnen we toch weten wat zich daar afspeelt?
Al-Jazeera en blogs van Iranese vrouwen vertellen de waarheid. Alleen moet je tussen de regels kunnen lezen. Meer betrouwbare bronnen over die wereld zijn er door de strenge censuur van de staat niet. De media van de Westerse samenleving geven ook geen compleet beeld hierover, juist door het zogenaamde sturen van de ‘dominant meaning’. En, voordat we denken, dat wij, hier in de Westen, in een wereld zitten, waar vrije meningsuiting een basisrecht is, moeten we even stilstaan. Madelon Stokman vertelde aan ons hoe we met het gebruik van bepaalde termen moeten omgaan. Zoals met het concept ‘de Marokkanen’. Niet gebruiken, dus! Dan is het toch geen (volledige) vrije meningsuiting? Ik heb het gevoel dan, dat ik niet mag zeggen, wat ik wil/voel. Ik denk natuurlijk niet, dat ik woorden zonder consequenties kan gebruiken. Maar wel, dat als ik een gevoelig woord zo gebruik dat niemand erdoor wordt aangetast, ik me eigenlijk niet meer mee bezig hoef te houden hoe ik het volgende moment mijn gedachten ga uitspreken.

Werkcollege

Dit werkcollege begon met een feedback op onze blogs. In het algemeen moet ik de literatuur en de gastcolleges nog beter in verband brengen met elkaar. Ik moet ook op het verslag van de werkcolleges letten: mijn eigen rol beschrijf ik redelijk goed, maar ik moet ook iets over de loop van het debat als geheel schrijven. Hoe het debat functioneerde, moet er ook bij gezet worden. In het algemeen maak ik te lange teksten, ik probeer ze zo goed mogelijk in te korten. Ik ga te diep in op details, dat kan ook korter . Qua taal moet ik mijn blog nog in orde maken: interpuncties, kromme zinnen, spelling. En een juiste en consequente bronvermelding. Dat doe ik niet goed, maar ik doe het altijd zo en pas op het laatste moment pas ik alles aan. Dit zijn de belangrijkste punten waar ik nog aandacht aan moet besteden.
Hierna kregen wij een paar handige tips van Thomas met betrekking tot het einddebat, als volgt:
- argumentatielijn goed uitwerken
- overtuigende slotzinnen bedenken, en proberen te verbinden met de argumentatielijn
- goede bronnen zoeken (met jaartal, instituut etc.)
- samenhangende argumentatie
- het bedenken van wat de tegenpartij zou kunnenzeggen is handig, daarop kunnen we dan ook voorbereid zijn en reageren
- door metapositie in te nemen en samen te vatten kunnen we terugkomen op de argumentatielijn. Kernzinnen!!!!
- Rondkijken om contact te houden met het publiek
- Juiste kleding bedenken
- Rolverdeling in groep
- Initiatief aan jouw kant proberen te houden
- Naam voor de groepen!

Hierna werd over drie stellingen gediscussieerd. Drie groepen, die in het einddebat zouden gaan debatteren, speelden de hoofdrol. Ik zat in de jury. Er waren drie ronden, in iedere ronde gingen twee groepen tegen elkaar. De eerste ronde was erg indrukwekkend. Zeer dynamisch debat, met goede bronvermelding, aangevulde argumenten, uitgewerkte argumentatielijn, metapositie, goede samenvattingen. Kortom: bijna alles zat erin! Slotzinnen, sprekende voorbeelden en harder praten hadden beter gekund, maar we zagen een heel leuk en dynamisch debat van twee sterke groepen. De groepen werkten heel goed samen, er was wel sprake van groepsidentiteit.
In het tweede debat ging het minder goed. Het verloop van het debat was veel te tam, geen dynamische debat dus. Goede samenvattingen hebben we echter gezien, maar er werd veel te lang gepraat, waardoor het publiek zich begon te ‘vervelen’. Kort en bondig praten is dus essentieel. De groepen hebben goede voorbeelden genoemd, maar het afsluiten van een voorbeeld met een kernzin ontbrak. Je moet duidelijke kernzinnen formuleren, waarin je kernboodschap boven water komt. We misten de sprekende voorbeelden, met een voorbeeld uit je eigen ervaring kan je het publiek dieper aanraken, dan met een droge bron over een onderzoek met veel getallen.
In de derde ronde werd er een discussie gevoerd over de stelling: De nieuwe media hebben een doorslaggevende rol in de huidige kredietcrisis gespeeld. We kregen echter meer een discussie over wat nieuwe media zijn. Een soort pingpongdiscussie begon te ontstaan tussen de twee partijen. Hoewel we goede argumenten van de voorpartij (…als het balletje gaat rollen…) en leuke humor van de tegenpartij (…het komt door het slecht bankieren…) hebben gehoord, kwam het er toch steeds op en neer: wat zijn nou nieuwe media en wat is doorslaggevende rol? Er ontbraken dus een aantal dingen, die een debat leuk kunnen maken. Hiervoor werd het excuus aangevoerd dat het moeilijk was argumenten voor of tegen deze stelling te bedenken.
Uiteindelijk komen we bij het georganiseerde debat. Doordat we weinig tijd over hadden, werden niet alle stellingen van de organiserende groep besproken. De tweede stelling werd uitgekozen om te gaan bespreken. De hele klas ging debatteren, niet alleen maar de mensen, die origineel voor deze stelling waren geselecteerd. Mensen, die origineel niet zouden zijn gaan debatteren mochten uitkiezen of ze voor of tegen de stelling waren. Na een paar minuten chaos bleek de zaal rustig te worden. Na het benoemen van de hoofdargumenten, gingen de twee groepen met elkaar in debat. Hm…ik bedoel Michiel van onze groep, en de tegenpartij met elkaar. Heel grappige situatie, een echte show waarmee Thomas Poell zich kon entertainen. Michiel had een voorbeeld; dat voorbeeld heeft de tegenpartij goed verdraaid en gebruikt om zijn eigen argumenten te ondersteunen. Uiteindelijk heeft Thomas Poell het debat afgesloten met een grappige opmerking: Michiel heeft bewezen dat hij heel goed in de lucht kan lullen. Aan onze kant geen argumentatielijn, geen goede samenvatting, wel een bron genoemd, maar verder geen samenwerking, metapositie, rolverdeling en teamspirit. Ikzelf had een paar goede bronnen en argumentatie voor deze stelling, maar door de indruk van het spreken-spreken-en nogmaals spreken van Michiel kon ik geen woord meer uitspreken. Man, die vent kan echt heel goed praten…ook over niets.
Verdere algemene opmerking over de voorzitters: ze mogen actiever zijn en ingrijpen als het debat een verkeerde richting neemt.



Bronnen:

<1>Hall, Stuart. Encoding and Decoding in Television Discourse, CCCS Stencilled Paper no. 7. pp 134-135

<2>Markarian, Loosineh. “Religion, Iranian Women’s Blogging, and the Promis of Democratic Change in Iran.”In: “Dialogues in Diversity” conference. Sao Paolo: Universidad Methodista de Sao Paolo, 2008.

<3>Habermas, Jürgen. The Structural Transformation of the Public Sphere: An Inquiry into a category of Bourgeios Society. Polity, Cambridge, 1989.

Geen opmerkingen: