woensdag 22 oktober 2008

Cultuur en maatschappij

Evaluatie week 6: Cultuur en maatschappij

Reactie op blog van Marnix

Beste Marnix,
Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.
Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl
krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))
Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett


Nick van Someren Brand: Commentaar op andere weblog (Bernadette Szábo)

Beste Bernadette,

bij voorbaat mijn excuses dat ik niet zo uitgebreid ga reageren als Puck gedaan heeft. Allereerst wil ik zeggen dat je duidelijk haar commentaar ter harte hebt genomen en er iets mee gedaan hebt. Je typfouten zijn tot een minimum beperkt en ook ik neem het je natuurlijk niet kwalijk dat je zinnen soms niet helemaal goed zijn. Je taalgebruik is goed en hangt op een fijne manier tussen het academische en weblog-stijl in. Ook het samenvatten heb je goed overgenomen.
Wat betreft de samenhang tussen artikel en hoorcollege merk ik dat je probeert verwijzingen te maken, maar niet echt diep gaat. Waarschijnlijk komt dit, doordat je het artikel los van het hoorcollege behandelt. Als je de twee met elkaar zou verweven (als je begrijpt wat ik bedoel), is het ook makkelijker om op het verband in te gaan en is de samenhang nog beter.
Andere pluspunten vind ik je gebruik van externe bronnen. Wat ik me echter afvraag, is of je aan de hand van deze bronnen probeert je eigen standpunt in het debat duidelijk te maken. Als dit zo is, moet je dit, denk ik, explicieter vermelden. Als dit niet zo is, dan zou dit een aandachtspuntje voor de laatste blog kunnen zijn.
En dan de mindere punten. Je hebt een aantal onvolledigheden in je blogs staan, die je nog niet hebt aangevuld. Een voorbeeld is: "EPN houdt zich bezig met..." Soms spel je ook namen verkeerd, zoals Erna Klotkamp (Kotkamp) en Hertz (Herz). Dit is natuurlijk zo te corrigeren. Ik wilde ook voorstellen om kortere zinnen te gebruiken aangezien je soms geneigd bent om twee zinnen aan elkaar te verbinden door een komma, maar in je blog over e-learning pas je dit al toe. Ga zo door.
Als laatste denk ik dat je moet werken aan de inhoud van je werkcollege-evaluaties. Deze zijn heel uitgebreid en ook redelijk scherp, maar moeten veel meer gaan over jezelf. Je bespreekt het verloop en presteren van debatten waarin je zelf niet participeert, maar dat is volgens mij verspilde moeite. Hoofdonderwerp moet zijn hoe jijzelf presteerde en hoe je dat in de toekomst wilt gaan verbeteren. Dat bespreek je nu al wel een beetje, maar het zou dus precies andersom moeten zijn, zodat de medestudenten een voetnoot zijn en jouw eigen progressie de boventoon voert.
Volgens mij is het al met al best nog uitgebreid geworden... Heel veel succes met het afmaken van je blog en je opleiding!
Nick van Someren Brand

Reactie op de reflectie van Nick van Someren Brand

Hoi Nick,

Wat heb je gelijk! Precies dezelfde feed-backs die ik van Thomas Poell heb gekregen. Daarna had ik meteen mijn teksten aangepast. Maar ik was ze vergeten te posten. Dus, je hebt mijn oude teksten gelezen. Echt stom van mij, en hiervoor wil ik mijn excuses aanbieden. Ik had mijn blog meteen moeten updaten, maar ik was het helemaal vergeten. Uitgaand van jouw opmerkingen heb ik mijn verbeterde teksten nog een keer goed doorgelezen, en nog een aantal punten veranderd. Ik hoop dat mijn blog tenminste een (net) voldoende waarde is.

Bedankt voor je feed-back!
Groetjes, Bernadett


Gastcollege

Zaterdag ochtend, 18 oktober. Na een groot feest in Utrecht, liep ik rond half negen naar huis vanuit de bushalte. „Die Marokkanen hebben weer een puinhoop van dit park gemaakt….”, hoor ik opeens. Wie, wat, waar? Oh, ja, natuurlijk. Het park, dichtbij waar ik woon is een goede plek voor jongeren (niet alleen, maar vooral Marokkanen) om samen te komen en een joint te roken, of iets te drinken. Maar het vuil blijft regelmatig achter. Dus, dit zinnetje was niet voor mij bedoeld. Ik moest lachen. Voorzichtig, verborgen. Zodat die boze heer het niet kon zien. Ik moest aan de woorden van Madelon Stokman denken.
Madelon Stokman, journalist bij NIO (Nederlandse Islamitische Omroep) heeft een gastcollege voor ons gehouden over de rol van de media in de huidige beoordeling van de islam. In de Westerse samenleving spelen de media een enorm grote rol in de vorming van meningen van en over verschillende groepen. De door Stuart Hall gebruikte term, ‘dominant or preferred meaning’ speelt hierbij een grote rol. Algemeen kunnen we vaststellen dat het merendeel van de bevolking door deze dominante ‘meaning’, dominante ‘reading’ wordt gestuurd. Dit wil zeggen: doordat er bepaalde betekenissen dominant zijn, worden wij ook gestuurd in de interpretatie van de boodschap.<1> Dit gebeurt tegenwoordig in de Nederlandse samenleving als er over de islam wordt gediscussieerd. Doordat kranten, nieuwsuitzendingen etc. ‘De Marokkanen’ als term gebruiken, scheren de media deze mensen over één kam. Verder schept deze term een verkeerd beeld over hoe er over die mensen moet worden gedacht. Een verkeerd beeld aan de Nederlandse samenleving, maar ook een verkeerd beeld aan de Marokkanen; ze voelen zich namelijk allemaal aangesproken, hoewel de nieuwsuitzending over een criminaliteit, gedaan door een paar Marokkaanse jongens ging.
Het gebruik van de juiste termen is dus essentieel wanneer iemand als journalist werkt. Sinds 2001 is er een grote verandering aan de gang met betrekking tot de islam. De rol van de media, zoals gezegd, is de belangrijkste factor. Niet alleen in Nederland, maar ook overal in de Westerse samenleving. Dit wil ik aan de hand van het voorbeeld van ‘terrorist’ of ‘vrijheidstrijder’ illustreren. Één man kan vanuit beide perspectieven worden belicht. In Iran is hij vrijheidstrijder, in Amerika is hij terrorist.

Het probleem van de Westerse samenleving is, dat het sterk door de media gestuurd wordt, wat de denkbeelden van mensen betreft. Door media krijgen we informatie over bepaalde dingen, maar die informatie wordt geselecteerd op basis van hoe de media daarover denken. Met de opkomst van nieuwe media krijgen we bredere middelen om over bijvoorbeeld de islam meer informatie te kunnen krijgen. Op het internet googelen is één van de gemakkelijkste en meest populaire manieren. Maar hoe doe je dat? Je komt op meerdere websites terecht, je krijgt verschillende, soms elkaar tegensprekende informatie. Op welke manier ga je filteren? Betrouwbare bronnen vinden is niet in alle gevallen makkelijk. Bronnen checken kan niet altijd en overal. De website geenstijl.nl geeft geen complete beeld over de islam, maar hoe weet iemand die niets over de geenstijl.nl weet dat? Volgens Madelon Stokman is het achterhalen wie achter bepaalde websites zitten belangrijk. Maar wat als je dat niet kan doen? Het bekijken van het nieuws op AL-Jazeera, of het lezen van bijvoorbeeld Iranese vrouwenblogs op het internet, zouden oplossingen kunnen zijn voor het verzamelen van informatie over de islam.

In het artikel van Markarian werd goed uitgelegd, hoe deze vrouwen een soort netwerk hebben ontwikkeld.<2> Door middel van internet kunnen ze hun ideeën over de ideale man-vrouw samenleving verspreiden, zonder dat de islam (wat een taboe – onderwerp is in de Arabische wereld) aangetast wordt. Hun ideeën over de rechten van vrouwen, gelijke behandeling, emancipatie en een andere mogelijke vorm van samenleving wordt op het internet gerepresenteerd. Het is hun enige manier om gehoord te kunnen worden. In een land, waarin de regering en de Islam niet ter discussie gesteld mogen worden en de vrouwen diep onderschat worden is er geen andere manier van vrije meningsuiting. Dit kunnen we zien als een vorm van richting naar democratisering. Echter de vraag is: Is dit een vorm van publieke sfeer?
Als we puur van de theorieën van Habermas willen uitgaan dan kunnen we meteen een vraagteken bij deze stelling zetten.<3> Het zijn geen blanke mannen, maar gekleurde, meestal hoog opgeleide vrouwen, die niet in koffiehuizen zitten en debatteren, omdat dat in die omgeving onmogelijk is. Maar in de blogs werd er zeker een kritisch en rationeel debat gevoerd over de huidige politieke situatie met betrekking tot de rechten van vrouwen. Niet iedereen wordt hier gerepresenteerd, maar in de 19e eeuw was dat ook niet het geval. Slechts 5% van de bevolking nam deel aan het debat. Het concept publieke sfeer vanuit het aspect van Thompson kan echter helemaal toegepast worden. Het is een discussie, waarin ook de achtergestelde groepen de kans krijgen hun stemmen te laten horen. In hoeverre er naar wordt geluisterd is een andere verhaal. Maar in ieder geval kunnen wij over een ontstaan van de publieke sfeer praten in het Middel-Oosten in de 21ste eeuw.
Waar het probleem zit, is de censuur van de staat. De regering heeft het al lang door wat er in die blogs geschreven wordt. Ook wat Al-Jazeera aan de wereld vertelt. Wat Al-Jazeera betreft, heeft de staat in een zeker mate controle over wat er wordt gezegd, omdat het een staatskanaal is. De blogs, en uitvoerders van de blogs zijn ook niet helemaal onbekend. Als je in Iran een blog aanmaakt dan ben je gelijk journalist, met al die nadelen van het journalist zijn. Als je gevoelige thema’s opneemt in je blog, dan kan dat erge consequenties hebben. Ook hier wordt dus de vrije meningsuiting van ‘betrouwbare bronnen’ geschonden. Hoe kunnen we toch weten wat zich daar afspeelt?
Al-Jazeera en blogs van Iranese vrouwen vertellen de waarheid. Alleen moet je tussen de regels kunnen lezen. Meer betrouwbare bronnen over die wereld zijn er door de strenge censuur van de staat niet. De media van de Westerse samenleving geven ook geen compleet beeld hierover, juist door het zogenaamde sturen van de ‘dominant meaning’. En, voordat we denken, dat wij, hier in de Westen, in een wereld zitten, waar vrije meningsuiting een basisrecht is, moeten we even stilstaan. Madelon Stokman vertelde aan ons hoe we met het gebruik van bepaalde termen moeten omgaan. Zoals met het concept ‘de Marokkanen’. Niet gebruiken, dus! Dan is het toch geen (volledige) vrije meningsuiting? Ik heb het gevoel dan, dat ik niet mag zeggen, wat ik wil/voel. Ik denk natuurlijk niet, dat ik woorden zonder consequenties kan gebruiken. Maar wel, dat als ik een gevoelig woord zo gebruik dat niemand erdoor wordt aangetast, ik me eigenlijk niet meer mee bezig hoef te houden hoe ik het volgende moment mijn gedachten ga uitspreken.

Werkcollege

Dit werkcollege begon met een feedback op onze blogs. In het algemeen moet ik de literatuur en de gastcolleges nog beter in verband brengen met elkaar. Ik moet ook op het verslag van de werkcolleges letten: mijn eigen rol beschrijf ik redelijk goed, maar ik moet ook iets over de loop van het debat als geheel schrijven. Hoe het debat functioneerde, moet er ook bij gezet worden. In het algemeen maak ik te lange teksten, ik probeer ze zo goed mogelijk in te korten. Ik ga te diep in op details, dat kan ook korter . Qua taal moet ik mijn blog nog in orde maken: interpuncties, kromme zinnen, spelling. En een juiste en consequente bronvermelding. Dat doe ik niet goed, maar ik doe het altijd zo en pas op het laatste moment pas ik alles aan. Dit zijn de belangrijkste punten waar ik nog aandacht aan moet besteden.
Hierna kregen wij een paar handige tips van Thomas met betrekking tot het einddebat, als volgt:
- argumentatielijn goed uitwerken
- overtuigende slotzinnen bedenken, en proberen te verbinden met de argumentatielijn
- goede bronnen zoeken (met jaartal, instituut etc.)
- samenhangende argumentatie
- het bedenken van wat de tegenpartij zou kunnenzeggen is handig, daarop kunnen we dan ook voorbereid zijn en reageren
- door metapositie in te nemen en samen te vatten kunnen we terugkomen op de argumentatielijn. Kernzinnen!!!!
- Rondkijken om contact te houden met het publiek
- Juiste kleding bedenken
- Rolverdeling in groep
- Initiatief aan jouw kant proberen te houden
- Naam voor de groepen!

Hierna werd over drie stellingen gediscussieerd. Drie groepen, die in het einddebat zouden gaan debatteren, speelden de hoofdrol. Ik zat in de jury. Er waren drie ronden, in iedere ronde gingen twee groepen tegen elkaar. De eerste ronde was erg indrukwekkend. Zeer dynamisch debat, met goede bronvermelding, aangevulde argumenten, uitgewerkte argumentatielijn, metapositie, goede samenvattingen. Kortom: bijna alles zat erin! Slotzinnen, sprekende voorbeelden en harder praten hadden beter gekund, maar we zagen een heel leuk en dynamisch debat van twee sterke groepen. De groepen werkten heel goed samen, er was wel sprake van groepsidentiteit.
In het tweede debat ging het minder goed. Het verloop van het debat was veel te tam, geen dynamische debat dus. Goede samenvattingen hebben we echter gezien, maar er werd veel te lang gepraat, waardoor het publiek zich begon te ‘vervelen’. Kort en bondig praten is dus essentieel. De groepen hebben goede voorbeelden genoemd, maar het afsluiten van een voorbeeld met een kernzin ontbrak. Je moet duidelijke kernzinnen formuleren, waarin je kernboodschap boven water komt. We misten de sprekende voorbeelden, met een voorbeeld uit je eigen ervaring kan je het publiek dieper aanraken, dan met een droge bron over een onderzoek met veel getallen.
In de derde ronde werd er een discussie gevoerd over de stelling: De nieuwe media hebben een doorslaggevende rol in de huidige kredietcrisis gespeeld. We kregen echter meer een discussie over wat nieuwe media zijn. Een soort pingpongdiscussie begon te ontstaan tussen de twee partijen. Hoewel we goede argumenten van de voorpartij (…als het balletje gaat rollen…) en leuke humor van de tegenpartij (…het komt door het slecht bankieren…) hebben gehoord, kwam het er toch steeds op en neer: wat zijn nou nieuwe media en wat is doorslaggevende rol? Er ontbraken dus een aantal dingen, die een debat leuk kunnen maken. Hiervoor werd het excuus aangevoerd dat het moeilijk was argumenten voor of tegen deze stelling te bedenken.
Uiteindelijk komen we bij het georganiseerde debat. Doordat we weinig tijd over hadden, werden niet alle stellingen van de organiserende groep besproken. De tweede stelling werd uitgekozen om te gaan bespreken. De hele klas ging debatteren, niet alleen maar de mensen, die origineel voor deze stelling waren geselecteerd. Mensen, die origineel niet zouden zijn gaan debatteren mochten uitkiezen of ze voor of tegen de stelling waren. Na een paar minuten chaos bleek de zaal rustig te worden. Na het benoemen van de hoofdargumenten, gingen de twee groepen met elkaar in debat. Hm…ik bedoel Michiel van onze groep, en de tegenpartij met elkaar. Heel grappige situatie, een echte show waarmee Thomas Poell zich kon entertainen. Michiel had een voorbeeld; dat voorbeeld heeft de tegenpartij goed verdraaid en gebruikt om zijn eigen argumenten te ondersteunen. Uiteindelijk heeft Thomas Poell het debat afgesloten met een grappige opmerking: Michiel heeft bewezen dat hij heel goed in de lucht kan lullen. Aan onze kant geen argumentatielijn, geen goede samenvatting, wel een bron genoemd, maar verder geen samenwerking, metapositie, rolverdeling en teamspirit. Ikzelf had een paar goede bronnen en argumentatie voor deze stelling, maar door de indruk van het spreken-spreken-en nogmaals spreken van Michiel kon ik geen woord meer uitspreken. Man, die vent kan echt heel goed praten…ook over niets.
Verdere algemene opmerking over de voorzitters: ze mogen actiever zijn en ingrijpen als het debat een verkeerde richting neemt.



Bronnen:

<1>Hall, Stuart. Encoding and Decoding in Television Discourse, CCCS Stencilled Paper no. 7. pp 134-135

<2>Markarian, Loosineh. “Religion, Iranian Women’s Blogging, and the Promis of Democratic Change in Iran.”In: “Dialogues in Diversity” conference. Sao Paolo: Universidad Methodista de Sao Paolo, 2008.

<3>Habermas, Jürgen. The Structural Transformation of the Public Sphere: An Inquiry into a category of Bourgeios Society. Polity, Cambridge, 1989.

maandag 13 oktober 2008

E-learning

Evaluatie week 5: E-learning

Gastcollege

Op het gastcollege hebben wij kennisgemaakt met Renee Filius en Erna Kotkamp. Erna Kotkamp was al een bekende voor iedereen die de cursus ICT heeft gevolgd. Erna Kotkamp en Renee Filius zijn medewerkers bij de IVLOS (Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden),die onderdeel is van de Universiteit Utrecht. IVLOS houdt zich bezig met een aantal zaken op het gebied van ICT. Ze geven adviezen over onderwijs (zowel het voortgezet als het hoger onderwijs), ze bieden lerarenopleidingen aan en doen ook onderzoek naar verschillende vormen van onderwijs. Erna houdt zich bezig met het uitvoeren van onderzoeken op het gebied van nieuwe media; onderzoek naar E-learning en de ontwikkeling van E-learning. Tijdens het college is er een discussie ontstaan over WEBCT. Wij studenten hebben over de nadelen van WEBCT geklaagd en vragen gesteld over bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid van WEBCT, waarom wij WEBCT gebruiken in plaats van Blackboard of waarom wij geen externe hulpmiddelen gebruiken. Na het beantwoorden van al die gestelde vragen kunnen we concluderen dat het probleem in de verschillende E-learning - omgevingen zit en dat de achterliggende technologie niet groot genoeg is voor het massale gebruik van de Universiteit Utrecht. Het ontwikkelen van één, universeel E-learning – systeem is een kwestie van jaren. Hierna zijn er twee discussies ontstaan over ICT , waarbij het kernwoord ‘mediawijsheid’ was. Wat betekent dit precies? Om hier een antwoord op te geven wil ik graag de woorden van Renee Filius en Erna Kotkamp gebruiken: het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld. De eerste stelling was ‘ Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs’. We mochten in kleine groepjes overleggen en dan een positie innemen vóór of tegen deze stelling. Bij deze stelling speelde niet het debat de belangrijkste rol. Na het lezen van de zin begon er een meer kritische, reflectieve discussie te ontstaan over de breedheid van deze stelling. Immers, met wie dienen wij jongeren te vergelijken, en wat bedoelt de stelling met slim, snel en sociaal? Zijn we puur slimmer omdat we goed met computers om kunnen gaan? We zijn de ‘digital natives’: mensen die het internet net zo normaal vinden als het water uit de kraan. Betekent dat, dat de voorgaande generaties mensen minder slim zijn? Al die kritische vragen werden gesteld, in plaats van een debat. Ik heb de indruk, dat soms kritiek geven beter gaat dan het debatteren zelf. Omdat de eerste discussie over de eerste stelling erg lang duurde, hadden wij minder tijd over voor de tweede stelling: Onderwijs aan de universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten, als het gaat om ICT gebruik. We hadden reeds kritiek geleverd op het gebruik van WEBCT en de discussie ging opnieuw die kant op. Maar wegens tijdgebrek werd deze stelling niet grondig besproken.

Na het lezen van het artikel van J.C. Herz: ‘Gaming the system’, is het mij opgevallen dat deze tekst veel minder in verband staat met het gastcollege dan in het geval van vorige week. <1>Beter geformuleerd: de opvattingen van Erna Kotkmap en de opvattingen van Hertz met betrekking tot E-learning lopen tamelijk uiteen. De tekst levert ook een bijdrage over de ontwikkeling van E-learning, maar vanuit een ander perspectief. De tekst gaat over de verschillende educatieve rollen van gaming, daar waar wij het op het gastcollege meer over WEBCT en over andere vergelijkbare bronnen van E-learning hebben gehad. Nogmaals, WEBCT is een platform, waar je hoorcollegedia’s kan terugvinden, aantekeningen met elkaar kan delen, contact met je docent kan opnemen en met andere studenten kan communiceren via chat of e-mail.
Evenwel staat bij beide vormen van E-learning het educatieve aspect centraal. Participatie, vormen van groepsidentiteit, spelend leren en dingen delen zijn de sleutelwoorden van Herz. WEBCT is een goed platform voor studenten om te participeren, groepsidentiteit te vormen en dingen (bijv. aantekeningen van colleges) te delen. Alleen van spelen is hier geen sprake. Volgens Herz zou dit ook kunnen in het hogere onderwijs. Zij neemt de ‘role playing game’ World of Warcraft als voorbeeld en zegt: “It offers students a way to understand their development as a continuum…”(Hertz, 188)<>. Dit soort gaming zou dus een bijdrage leveren aan het begrijpen van de ontwikkeling van het zelf, hiermee zou de student zichzelf beter kunnen leren kennen en begrijpen.
De gastsprekers op het college spraken in het kader van E-learning over de mogelijkheden van on-line leeromgevingen, terwijl Herz E-learning bespreekt E-learning als een medium, dat de spontaniteit van de gebruikers bevordert. Zij legt de nadruk op participatie en ontwikkeling van het zelf op individuele wijze. Om dit toe te lichten wil ik graag twee termen gebruiken die op het werkcollege werden besproken, in het debat georganiseerd door Puck, Bob, Mandy, Eefje en Hermine. Het ene is het formeel, het andere is het informeel leren. ‘Van formeel leren is sprake als een leren doelbewust en systematisch plaatsvindt. Een organisatie (school of opleidingsinstituut) is initiatiefnemer van dit leren dat de vorm heeft van een cursus of opleiding. Van informeel leren is sprake als leren meer spontaan plaats vindt, op initiatief van de lerende zelf.’<3> Omdat dit onderzoek alleen binnen het bedrijfsleven is gedaan, kunnen we niet meteen concluderen, dat het ook betere resultaten in het schoolsysteem zou opleveren, dus naast het traditionele systeem ingezet zou moeten worden, maar het is interessant om te bekijken hoe E-learning studenten kan helpen bij hun studie. E-learning is niet het doel, maar een middel voor het onderwijs. Hierover meer informatie in de bespreking van het werkcollege. Tot slot wil ik zeggen, dat deze twee voorstellingen van E-learning elkaar niet uitsluiten. Deze twee diverse vormen van E-learning kunnen elkaar best aanvullen en kunnen samen misschien een beter resultaat opleveren.

Samenvattend zijn er dus twee mogelijkheden binnen het gegeven van E-learning: zogenaamde, voor studenten gecreëerde leeromgevingen (zoals WEBCT, Blackboard), ofwel een platform voor formeel leren en anderzijds het zogenaamde leren op eigen initiatief (besproken in de tekst van Herz, in vorm van diverse games), ofwel informeel leren. Ze sluiten elkaar niet uit; ze kunnen elkaar zelfs aanvullen. De vraag vorm beter werkt binnen het onderwijssysteem, zou een goede basis zijn voor een toekomstig onderzoek. Gaat misschien iemand van ons dit uitvoeren voor het bachelorwerkstuk? We zien het wel!


Werkcollege

Nog steeds hebben we het over E-learning. Nu gaan we in kleine groepen debatteren over dit onderwerp. In de eerste helft van het college neem ik deel aan het debat. Helaas niet letterlijk, maar met mijn gegeven informatie. De stelling van deze week: ''E-learning draagt bij aan het verhelpen van het lerarentekort in het onderwijs.” Ter voorbereiding heb ik met mijn groepsgenoten afgesproken in de kantine om 13:00 uur. Iedereen heeft voor bronnen gezorgd en iedereen heeft het ook meegenomen. Uit de geprinte bronnen hebben we de sterkste argumenten geselecteerd. Ik heb een goed artikel gevonden op het internet: ‘E-learning is niet het doel, maar een middel’. Dit zinnetje was sterk genoeg, jammer dat Madelief het heeft uitgesproken. Dat was namelijk mijn bedoeling, maar we hebben eigenlijk geen echte taakverdeling gemaakt, dus ze heeft het zinnetje gepakt, en op een gegeven moment ter discussie gegooid. Argumenten van de ene kant, argumenten van de andere kant. De tegenpartij: Er is sprake van extra taken voor leraren, geen interactie tussen leerling en docent. Ons argument gaat meer over het leren in eigen tempo voor de leerlingen. Er is wel sprake van interactie tussen docent en leerling, want niet alle lessen kunnen via internet of computer gehouden worden. Denk hierbij aan een gymles. En opeens nam de discussie een andere richting. Sociale aspecten, hoewel de stelling niet hierover ging. Teruggaand naar de originele stelling was de tijd om. Michiel, als voorzitter, heeft zijn opmerkingen en suggesties gemaakt over hoe hij het debat in een andere richting had gestuurd. Volgens hem hadden wij beter gebruik kunnen gemaakt van de nadelen en voordelen van het klassieke onderwijs. Jammer, volgende keer! Thomas Poell heeft snel samengevat wat we goed en niet goed hebben gedaan. Nog steeds moeten we meer aandacht besteden aan het innemen van een sterke metapositie en we moeten een sterke slotzin bedenken, waarmee we onze argumentatie kunnen beëindigen. De voorbeelden hadden ook beter gekund. Maar, we hebben goed gebruik gemaakt van samenvatting. Bronnen mogen beter gebruikt worden, alleen was het echt moeilijk om goede bronnen te vinden. Voorzitters mogen actiever zijn.
In de tweede helft hebben Bob, Eefje, Hermine, Mandy en Puck het debat georganiseerd. Ik werd in groep 1 ingedeeld. Onze stelling 'De 'E' van E-learning staat voor Eenzaamheid.'
In deze discussie vormden mijn groepsleden en ik de voorstanders van de stelling. E-learning en eenzaamheid, een logische veronderstelling. Je bent alleen met je computer. Van de andere kant hoorden wij de argumenten over geen reistijd en dat je meer tijd met je kind kan doorbrengen, dus je bent niet alleen. Onze groep ging – in plaats van te overleggen over onze reactie – aantekeningen maken over de gekregen informatie. Hierdoor werkte de samenwerking minder goed. Bij de tegenpartij werkte het andersom, ze vulden elkaars argumentaties goed aan. Positief dat we goed gebruik hebben kunnen maken van de bronnen, maar doordat er geen samenvatting was kregen wij op een gegeven moment een soort pingpongdiscussie met elkaar. En de metapositie moet nog steeds komen/sterker worden.

De stelling van groep 2 was: ‘E-learning moet alleen worden ingezet bij informeel leren, formeel leren moet op de traditionele manier blijven bestaan’. Na een korte toelichting wat er onder ‘formeel’ en ‘informeel leren’ wordt verstaan, begon de discussie. Informeel leren werd meteen gekoppeld aan WEBCT. Volgens Kimberley moet E-learning verplicht zijn, anders zal het niet gebeuren. Er is een discussie ontstaan over het begrip ‘traditioneel’. Het is van tijd afhankelijk, wat bedoelen wij met traditioneel? Van Kimberley horen wij een opmerking: ‘we gebruiken al E-learning…’ Na een lange discussie over deze stelling komt het er op en neer, dat beide groepen hetzelfde bedoelden te zeggen. Na een argument van de tegenpartij geeft Mandy een sterke, retorische opmerking: ‘Je zei het net…je mag overlopen’. Hiermee werd haar positie versterkt en volgens mij het debat gewonnen voor haar partij. Na afloop van het debat kregen wij de volgende werkpunten van Thomas Poell voor de toekomst:

- we moeten zorgen voor een nog sterkere metapositie
- goede bronnen en goed gebruik van bronnen zijn belangrijk
- voorzitters mogen actiever zijn
- we mogen best retorische opmerkingen maken (wat goed van Mandy)
- als een stelling dubbelzinnig is, mogen wij hem op onze eigen manier gaan interpreteren Volgende keer hierop letten!


Bronnen:

<1> Herz, J.C.”Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum, (2001): 169-191

<2> Herz, J.C. “Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum, (2001) pp. 188


<3> E-learning 2.0, sociaal, flexibel en persoonlijk, 2007. – 06-10-2008 http://www.te-learning.nl/elearning20sociaalflexibelenpersoonlijk.pdf

<4> E-learning – távol az iskolától, http://www.fn.hu/archivum/20041118/e_learning_tavol_iskolatol/

Second Life

Evaluatie week 4: Second Life


Reflectie van Puck op mijn blog

Beste Bernadett,

ik ga het volgende doen in de beoordeling van jouw blog. Ik begin bij je allereerste blog en kijk daarbij wat er beter kan. Daarna zal ik zeggen of je dit gaandeweg beter doet of dat je er nog steeds op moet letten (vanuit mijn standpunt natuurlijk!).

Week 1
De stelling van week 1 vind ik wel erg lang, maar op zich vind ik je argumentatielijn goed. Wel moet ik zeggen dat je erg gefocust bent op je eigen bevindingen en dat je er verder geen bronnen van buitenaf bij betrekt. Dit geeft echter wel het gevoel dat ik echt een blog aan het lezen ben en dat vind ik weer een pluspunt. Natuurlijk moet je op je taalgebruik letten maar daar zal ik verder niet op ingaan, aangezien ik weet hoe moeilijk het voor je is en ik ook in het college zie dat je er wel erg je best voor doet. Een goed eerste blog dus!
Het blog over wat volgens jou de groundrules van een goed debat moeten zijn vind ik op zich goed opgebouwd. Ik vind echter wel dat je de regels die voor jou van belang zijn wat explicieter had kunnen vermelden. Het is goed om een lopende tekst te schrijven in plaats van een rijtje regels op te sommen, maar je had wel een concluderend stukje kunnen schrijven waarin je nog eens herhaalt wat jij belangrijk vindt in een debat.
In het blog over ’12 Angry Men’ vind ik dat je een leuke, losse manier van schrijven hanteert, maar daarentegen blijf je wel erg op de oppervlakte. Wat ik hiermee bedoel is dat je goed beschrijft hoe de man zich gedraagt en hoe dit overkomt, maar je gaat er niet op in wat dit voor gevolgen heeft op zijn omstanders. Wederom mis ik een conclusie, iets wat je verhaal een stuk duidelijker en overtuigender kan maken. Daarentegen ben je wel lekker kort en krachtig, dat is iets wat ik van jou kan leren!

Week 2
Allereerst staat er een typfout in je titel van de beschrijving van het werkcollege. Dat is een beetje slordig en ten tweede denk ik niet dat je kunt spreken van een ‘samenvatting’. Het gaat er voornamelijk om wat jij hebt geleerd van het college en welke plus- en minpunten er uit het college naar voren zijn gekomen. Dat doe je op zich goed in je verslag al vind ik dat je wel meer je mening kan geven over het college, het is immers een blog!
Het verslag van werkcollege twee is een hele verbetering! Je beschrijft goed wat en beter kan in het debat met Marijne en je betrekt ook je persoonlijke mening erbij. Bij het grote debat herhaal je goed de punten die Thomas Poell belangrijk vond. Wat ik ook erg positief vind is dat je aangeeft wat er in het volgende debat beter kan.
Je gastcollegeverslag van week twee vind ik een beetje raar opgebouwd. Je begint heel sterk met eerst een samenvatting van wat beide sprekers hebben gezegd en vervolgens jouw bevindingen daarvan. In je bevindingen zeg je het volgende: ‘Michiel van Diesen zijn argumenten en uitleg van auteursrecht versus geld betalen om naar muziek te luisteren vond ik beter en overtuigend dan de argumenten van Tim Kuik. Ik wil geen partij kiezen, want zelf ben ik ook betrokken bij illegale filesharing, maar ik kan de andere partij ook begrijpen.’ Ik heb het gevoel dat je jezelf hier tegenspreekt in plaats van dat je het nuanceert (als dit überhaupt je bedoeling was, want het was voor mij niet helemaal duidelijk). De opbouw van dit eerste stuk vind ik dus heel duidelijk, wat ik alleen niet begrijp is waarom je aan het eind nog wat gaat vertellen over stichting BREIN en het Veronica Medialab. Naar mijn idee had je dit beter kunnen verwerken aan het begin van je blog, om vervolgens de argumenten van de gastsprekers te bespreken en als laatste pas je mening over het debat te geven. En nog steeds: let op een samenvatting of conclusie aan het einde, dit zorgt voor overzicht!

Week 3
Het lijkt wel of je mijn commentaar op het vorige blok allemaal het opgevolgd. Je verslag van gastcollege drie is een stuk helderder dan die van de week ervoor. Bespreking gastsprekers, mening over het onderwerp, mening over de opbouw van het college en samenvatting. Je gaat de goede kant op!
Ook op je werkcollege verslag van deze week heb ik niet veel aan te merken. Let er alleen wel op dat je de namen van je groepsgenoten goed typt, dit zijn dingen die je zo kunt opzoeken. En af en toe wat typografische middelen, om de grote lappen tekst te doorbreken, kan ook geen kwaad.
Als laatste je beoordeling van het blog van Don. Ik vind dat je dit op een leuke manier doet, je hebt best wel wat kritiekpunten maar je benadert dit wel op een positieve manier. Ook vind ik het goed van je dat je ondanks dat je zelf moeite hebt met de taal, Don op zijn d/t-fouten aanspreekt. Als commentaar op Don geef je dat hij zijn gastcolleges meer in verband kan brengen met de teksten van die week. Op zich doe je dit wel meer dan Don, maar ook jij kan dit nog beter doen.

Al met al vind ik dat je goed bezig bent. Ik kan duidelijk een stijgende lijn zien in je werk. Waar je de volgende keren naar mijn mening nog op kunt letten is vooral typfoutjes. Dat er taalfouten in je tekst zitten is niet meer dan logisch, maar typfouten zijn gemakkelijk te voorkomen door de tekst nog een keer door te lezen. Daarnaast wil ik ook het concluderen en samenvatten nog eens benadrukken. Soms doe je dit heel goed en soms kan ik het nergens terugvinden. Concluderen en samenvatten zorgt voor overzicht en hiermee kan je benadrukken wat jij van belang vindt. En als allerlaatste, let op de samenhang tussen gastcollege en de teksten van die week.

Ik hoop dat je wat hebt aan mijn commentaar!

Groetjes,
Puck

Reflectie van Eefje

Hallo Bernadett,

Deze week moet ik commentaar geven op je weblog. Ik heb het commentaar ingedeeld in vorm, inhoud en gebruik van bronnen. Ik hoop dat het je helpt om je blog te verbeteren.

Vorm
Je blog is goed te lezen, maar het zou beter zijn om in lange stukken tekst meer gebruik te maken van alinea’s. Hierdoor wordt de tekst overzichtelijker en raak je als lezer minder snel de draad kwijt.Daarnaast wil ik aanraden om duidelijkere kopjes te maken op je blog. Het gedeelte van Evaluatie werkcollege 2, week 2 is nu moeilijk te vinden. Dit komt omdat het geen apart hoofdstuk is en het achter het voorgaande gedeelte, Evaluatie gastcollege 2, week 2, is aangeplakt.

Inhoud
Inhoudelijk gezien ziet je blog er goed uit. Je mist alleen een aantal opdrachten. Probeer je blog actueel te houden omdat het anders veel werk is aan het einde van de cursus.Verder raad ik aan meer gebruik te maken van achtergrond informatie en van de artikelen. Hierdoor krijgt de blog een meer wetenschappelijk karakter. Probeer niet alleen je eigen ervaringen aan te dragen als argumenten voor een stelling. Het is prima om voorbeelden te noemen die uit je eigen ervaringen zijn afgeleid, maar kom daarnaast met bronnen en argumenten uit artikelen. Hierdoor worden argumenten eerder als aannemelijk gezien dan wanneer het enkel iemands eigen ervaringen zijn.

Gebruik van bronnen
Ik heb op je blog geen enkele bronvermelding gevonden. Dit is jammer, omdat het je blog een academischere uitstraling geeft en de argumenten voor je stellingen kan verhelderen. Probeer dus waar nodig bronvermeldingen in te voegen.Veel succes,Mvg EJR

Reflectie op de commentaren van Puck en Eefje

Ik denk dat ik geluk heb, want in plaats van één, kreeg ik meteen twéé commentaren op mijn blog. Dit heeft me veel geholpen en ik heb dus mijn blog op basis van de gekregen tips en opmerkingen aangepast.Het eerste commentaar kreeg ik van Puck. Hartelijk bedankt ervoor, Puck heeft me enorm geholpen. Het typ en de taalfouten moeten nog gecorrigeerd worden, maar ik heb mijn blog redelijk aangepast. Ze miste de samenvattingen van de colleges, de conclusies van de geschreven teksten en natuurlijk de samenhang tussen literatuur en gastcollege. Ik heb geprobeerd haar opmerkingen helemaal te verwerken en mijn teksten aan te passen op basis van haar adviezen.Het tweede commentaar heb ik van Eefje gekregen. Ze adviseert me ook een aantal dingen, maar als belangrijkste (naar mijn mening, en ik ben met haar helemaal eens) het gebruik van bronnen. Ik heb namelijk bijna nooit mijn bronnen vermeld, hoewel ik er wel gebruik van heb gemaakt. Ik dacht, ik doe het wat later. Maar het is inderdaad niet handig om alles op het laatste moment te doen. Ik heb nu dus alle bronnen in de tekst verwerkt, zodat ik het later niet meer hoeft te doen. Eefje raadt me ook aan gebruik te maken van alinea’s en kopjes in de tekst, om een beter overzicht te krijgen. Op basis hiervan heb ik mijn teksten ook geprobeerd aan te passen, maar de definitieve vorm komt nog later, als ze allemaal gecorrigeerd zijn. Een andere opmerking van haar was, dat ik een aantal opdrachten miste. Ik heb mijn tekst doorgelopen en ik denk, dat ik alles heb verwerkt, dus mijn vraag is aan Eefje: Welke opdrachten heb ik gemist?Nogmaals bedankt voor de commentaren en opmerkingen, jullie hebben mij echt enorm geholpen!

Gastcollege

In week 4 hebben we ons beziggehouden met de ‘role playing game’ Second Life en de gevolgen van het gebruik van deze game. Ter voorbereiding op het gastcollege diende het rapport van EPN (Educatieve Partners Nederland) gelezen te worden. In het gastcollege hebben we kennisgemaakt met David de Nood, medewerker van EPN. Aangezien we het rapport van EPN moesten lezen, kwam het gastcollege helemaal overeen met de literatuur. Beter kan het dus niet in verband gebracht worden met elkaar.<1>
Aan het begin van het gastcollege werden er twee stellingen geformuleerd m.b.t. Second Life en andere, vergelijkbare games. De eerste was, dat achter de computers eigenlijk zogenaamde ’nerds’ zitten, die in de virtuele wereld kunnen zijn wie ze maar willen, waardoor we hun echte persoonlijkheid niet leren kennen. De andere stelling was, dat mensen enkel voor de seks Second Life spelen. Maar is het ook echt zo? Om deze vraag te beantwoorden heeft EPN een onderzoek uitgevoerd op drie terreinen: welzijn, economie en recht. Uit de resultaten van het onderzoek krijgen we een helderder beeld over waarom en hoe mensen zich bezighouden met Second Life. Vervolgens gingen we op basis van drie stellingen met elkaar in debat over wat de mogelijke gevolgen van het actieve gebruik van Second Life kunnen zijn op het gebied van welzijn, economie en recht. Ik zal dieper ingaan op de resultaten met betrekking tot de bevolking en het sociale leven van Second Life.

Uit de resultaten van het jaar 2006 bleek, dat ongeveer 50% van de gebruikers vrouwen waren, verder viel 50% in de leeftijdscategorie 25-40 - jarigen. Ze waren allemaal hoog opgeleid met een goede baan, meestal in de IT - branche. Wat het jaar 2007 betreft worden er meerdere mainstreams waarneembaar met betrekking tot de sectoren waaruit de Second Life – gebruikers afkomstig zijn. De gebruikers zijn nog steeds voornamelijk hoger opgeleiden, maar wel gespreid, zoals IT Professionals, studenten uit het hoger/wetenschappelijke onderwijs, maar ook steeds meer verkopers . Tevens kwam naar voren dat ook steeds meer werkelozen zich gingen entertainen met Second Life.Gekeken naar de motieven van de gebruikers bleek dat het merendeel van de mensen enkel voor de fun Second Life bezoekt. Velen gaan er op zoek naar sociale contacten, anderen beschouwen het spel als een creatieve of leerzame activiteit. Seks en dating staat niet in de top 3 van de meest genoemde doelen. Religie vormt geen centraal thema voor de gebruikers van Second Life. Een mogelijke verklaring hiervoor is, dat religieuze mensen zich meer met de realiteit bezighouden en niet in een zogenaamde tweede wereld actief willen zijn. Ook bleek uit de onderzoeksresultaten, dat het welzijn van de spelers in Second Life en in de werkelijkheid nu meer uiteenloopt, dan vroeger. Hoewel mensen zich in de fysieke wereld slecht voelen, ligt hun gemiddelde geluksgevoel in Second Life bijna op 3 (op een schaal van 1 t/m 5). Eén derde van de ondervraagden voelde zich verslaafd aan deze game, het is minder dan een jaar geleden dat zij in het spel actief waren.

Om terug te komen op de eerste stelling die geformuleerd werd tijdens het gastcollege, wil ik twee dingen vaststellen. Dit omdat ik de sociale factoren van Second Life een zeer interessant onderwerp vind. Het is zeker zo, dat we niet weten wie er achter een avatar zit. De avatar kan op zijn eigenaar lijken of juist helemaal anders zijn. Toch kan men, zoals het binnen de cursus Nieuwe Media werd besproken, niet helemaal loskomen van zijn of haar off-line identiteit. On-line en off-line identiteit zijn sterk verbonden aan elkaar. Je neemt je off-line identiteit mee wanneer je jouw on-line identiteit vormt. On-line identiteitsconstructie biedt de mogelijkheid tot experimenteren met je identiteit, maar deze experimenten vinden plaats in relatie tot bestaande verhoudingen en verwachtingen; verbonden met off-line esthetische schoonheidsidealen.<2> Zo kan het, dat in Second Life je avatar een seksbom is, hoewel je misschien in je echte leven niet zo bent. Maar je geeft een aantal kenmerken van jezelf aan je avatar, die zijn afgeleid van hoe je in de off-line wereld bent of het liefst zou willen zijn. Dit kan natuurlijk nog steeds misleidend zijn voor anderen, maar aan de andere kant geeft het een mogelijkheid, om je beter te leren kennen. Als anderen weten hoe je bent en/of hoe je wilt zijn, dan bestaat de kans om een diepere vriendschap te kunnen ontwikkelen met behulp van een virtuele gemeenschap. On-line ben je veel losser, zeg je dingen veel makkelijker, omdat je ‘disembodied’ bent. <3>

‘In bulletin boards like The Well, people connect with strangers without much of the social baggage and divides and alienates. Without visual cues about gender, age, ethnicity, and social status, conversations open up in directions that otherwise might be avoided. Participants in these virtual communities often express themselves with little inhibition and dialogues flourish and develop quickly.’ (Lister et.al. 247.)<4>

Hierdoor bestaat de kans – om mezelf te herhalen - om diepere vriendschappen te kunnen sluiten. Bovendien, het experimenteren met het leggen van sociale contacten on-line kan heel veel mensen helpen, die moeilijkheden ervaren bij sociale interactie in hun off-line bestaan. Deze nieuwe vorm van kennismaking heeft al veel kritiek gekregen. Vooral op het sociale gebied. Worden mensen steeds asocialer? Citaat uit een onderzoek: „De stuurse tiener die urenlang op zijn kamer zit te internetten, is helemaal niet asociaal en teruggetrokken. Terwijl hij zit te chatten, ontwikkelt hij juist zijn sociale vaardigheden en zijn maatschappelijk bewustzijn. Dat blijkt uit recente onderzoeken (2006), meldde het wetenschappelijke blad NewScientist dinsdag op zijn website.<5>

Kort over de andere twee gebieden: Op het gebied van economie zijn er ook interessante resultaten boven water gekomen. Om te betalen in Second Life kan men zogenaamde Linden dollars gebruiken. Hiermee kan men kleren kopen, of wat hij/zij nodig heeft. Uit een onderzoek, gedaan door Linden Lab, bleek dat de gebruikers (ca. 507.000 mensen) gezamenlijk ongeveer 6,8 miljoen Amerikaanse dollar hebben gewisseld in Linden dollars.<5> Werken wordt ook steeds populairder in Second Life. Tien procent van de proefpersonen uit de steekproef geeft aan een ‘Second Life only business’ te runnen, zes procent zegt dat hij/zij voor een echt bedrijf werkt en zaken doet in Second Life. Grote multinationals zijn er al aanwezig. Hierbij moeten we in eerste instantie denken aan bedrijven als Philips, ABN-AMRO, ING, Nike, Coca-Cola etc. Het derde veld van onderzoek betrof het recht in Second Life. Dit thema wordt verderop in mijn bespreking van het werkcollege van deze week uitgebreider besproken.Kortom, met Second Life hebben we het over een modern fenomeen, dat steeds meer aan populariteit wint. Populair, in de kring van hoog opgeleide personen tussen de 25 en 40jaar, ongeveer 50 % vrouwen, die steeds meer tijd in de virtuele wereld doorbrengen. Ze gebruiken geld in de virtuele wereld ten koste van echt geld in de werkelijkheid. Second Life heeft ontegenzeglijk een impact op bepaalde terreinen van het echte leven. Wat deze gevolgen kunnen zijn is nog steeds onduidelijk en discutabel.

Werkcollege

In de eerste helft van het werkcollege werd de stelling van deze week, ‘Het gebruik van echt geld in virtuele werelden moet verboden worden’, besproken in de vorm van een debat. Mijn rol hierin was om als vormpolitie op bepaalde aspecten (voorbereiding, bronverwijzing, samenvatting, metapositie, rolverdeling) te letten.
Al aan het begin van de discussie ging het mis; groep 1 was helemaal niet voorbereid. Toch begon er een goed debat op gang te komen. Deze groep noemde wel bronnen, maar waar de bronnen vandaar kwamen was niet duidelijk. Tijdens het praten van de andere groep hebben de leden van groep 1 aantekeningen gemaakt, die kunnen helpen om op bepaalde punten van de tegenpartij te reageren, en natuurlijk om de genoemde argumenten samen te kunnen vatten. Bij Dave was er een goed handgebaar zichtbaar, en de groepsleden hebben goed oogcontact gehouden met de tegenpartij tijdens de discussie. Op een gegeven moment heeft Michelle een punt gegrepen uit wat er daarvoor werd gezegd, en vervolgens heeft ze erop gereageerd. Mandy probeerde de metapositie te bereiken, het is haar min of meer gelukt. Toen ze zag dat de discussie een andere wending nam, gooide ze de ‘Teruggaan naar het uitgangspunt…’ zin in, waarmee zij de metapositie heeft versterkt.
Als groep moeten ze nog veel beter gaan samenwerken; dit keer was een gebrekkige voorbereiding debet aan de slechte samenwerking. Samenvatten, metapositie en bronvermelding vormen andere aandachtspunten. En uiteraard is een degelijke voorbereiding essentieel.
Dit debat was nog geen echte doorbraak, maar de eerste tekenen van metapositie werden waarneembaar. Nog meer dynamiek is gewenst, maar het gaat de goede kant op.

Wat groep twee betreft, zij hadden zich goed voorbereid op de discussie, met goede bronnen en bronvermeldingen. Ze hebben ook tijdens de discussie goed oogcontact met groep 1 gehouden. Don heeft de discussie ingeleid met een ‘vraag stellen – beantwoorden scène’; het is hem goed gelukt. Puck greep ook op een gegeven moment een punt vast en reageerde erop. Marijne zat de hele tijd rechtop, ook tijdens haar reacties, hetgeen haar een zelfverzekerde uitstraling gaf. Opvallend was dat ze geen argumentatielijn hadden, maar veel opsommingen gaven en soms zichzelf tegenspraken . Toch bleek dat ze als een echte groep functioneerden en met een aantal werkpunten - metapositie, doorgaan met de argumentatielijn en pingpongdiscussie voorkomen - kan dit team nog veel bereiken.In de tweede helft van het werkcollege werd een debat gehouden door Michelle, Vera, Marielle, Marijne en Madelief.

Tijdens het eerste debat over de stelling ‘Second Life moet onderdeel blijven van vrijetijdsbesteding en geen prioriteit vormen in het dagelijkse leven’, vielen de volgende zaken op: Hermine begon met het noemen van de argumenten vóór de stelling. In de tegenpartij ging Nick meteen met een vraag beginnen, als reactie op wat de voorstanders zeiden. Hij wilde namelijk dat Hermine zich verder verduidelijkte. Hiermee kreeg Hermine de kans om haar positie en argumentatie te versterken. In de voorstanderspartij maakte Kim heel goed gebruik van samenvatten, ze haalde er een punt uit en reageerde erop. Op een gegeven moment begon de discussie tussen Joshua, Anne en Nick te steigeren. Kim heeft dat heel goed gezien en nam het debat van hen over. Hiermee nam zij een metapositie in, in het debat. In dit geval kan ik niet van een echte 'teamspirit' spreken.
De deelnemers in deze groepen konden niet echt als één geheel functioneren. Ze hadden de argumenten van elkaar beter kunnen aanvullen.

In het tweede debat zat ik ook tussen de debaters. Daardoor kon ik minder naar ons functioneren als groep kijken. Onze stelling was: ‘Het rechtssysteem moet worden aangepast om misdrijven in de virtuele wereld te kunnen bestraffen’. Ik fungeerde als tegenstander van de stelling. Het belangrijkste argument hiervoor was de vraag: Om welk rechtssysteem gaat het? Het is lastig om een universeel rechtssysteem te ontwikkelen voor de virtuele realiteit. Volgens ons hoeft het rechtssysteem niet veranderd te worden, want het is eigenlijk onmogelijk. Ieder land heeft haar eigen regels, wat hier nog mogelijk is, is misschien in andere landen al verboden.

In dit debat heb ik eindelijk ook iets toe kunnen voegen. Al was het maar een voorbeeldje, ik vond het heerlijk om te praten. En zeker, omdat ik werkelijk lijnrecht tegenover deze stelling stond. Hoewel Marnix aan de andere kant heel zelfverzekerd was, kon hij ons niet overtuigen. Want we zeiden niet dat er niets gedaan moest worden tegen de criminaliteit in de virtuele wereld; we zeiden dat het veranderen van het bestaande rechtssysteem onmogelijk leek. In plaats daarvan, moet een rechtssysteem voor de game Second Life geschreven worden, met de consequenties van bepaalde misdrijven. Deze consequenties kunnen gaan van kleine straffen tot het vernietigen van een avatar en het ontzeggen van de toegang tot de game. Yes, ik heb gepraat!!! Het was niet zo verschrikkelijk als ik had verwacht...ik heb er steeds meer zin in!

Samenvattend over dit debat, wil ik de volgende aandachtspunten benoemen: Er bleek een pingpongdiscussie te ontstaan tussen de twee partijen; doorgaand met de argumentatielijn moeten we dit proberen te voorkomen. Verder moeten we beter letten op het aannemen van metapositie. In dit debat heeft Puck het bijna voor elkaar gekregen. Dit de volgende keer beter, en dit geldt voor iedereen! Samenvattingen gaan redelijk goed, maar er moet een nog sterkere samenwerking komen binnen de groepen. Rolverdeling kan hierbij helpen. Ook de aanvulling op de reactie van anderen kan de 'teamspirit' verbeteren.

Nogmaals de aandachtpunten:
· samenvatting
· metapositie
· duidelijk argumentatielijn
· doorgaand met argumentatielijn pingpongdiscussie voorkomen
· aanvullen de opmerkingen van elkaar binnen een groep
· nog meer dynamiek
· teamspirit door rolverdeling

Bronnen:
<1> De Nood, D. EPN Gastcollege, 30-09-2008
<2> Poell, T. Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media, Hoorcollege 10
<3>Lister, Martin et.al. New Media: An Critical Introduction. Abington, Oxon: Routeledge, 2003. pp 247
<4>Lister, Martin et.al. New Media: An Critical Introduction. Abington, Oxon: Routeledge, 2003. pp 248
<5> Edward Deiters, Virtuele wereld: Succesverhaal blijkt net als het spel zelf:een illusie Second Life is een flop, http://www.depers.nl/UserFiles/File/De%20pers%20vrijdag%2015%20juni%202007.pdf
Ter voorbereiding op het werkcollege gebruikte bronnen:
Nood, David de. “De feiten over Second Life na de Hype”. EPN{2007} – 30-09-2008.http://www.secondlife.nl/images/inventory/761344793d9d8b773490e206065d69af.pdfhttp://www.wereldomroep.nl/actua/nl/justitie/act20070316_secondlifehttp://news.bbc.co.uk/1/hi/technology/3138456.stm

woensdag 1 oktober 2008

Internet en televisie

Evaluatie week 3: Internet en televisie

Reflectie op de blog van Don

Hallo_Don,

Nadat ik je verslagen heb gelezen wil ik graag een paar dingen opmerken. Wat week 1 betreft, vind ik dat je het heel goed hebt gedaan. Omdat de eerste week het misschien nog niet helemaal duidelijk was, wat er van ons verwachtte was, ging het reflecteren op de eerste week misschien wat lastiger, in het algemeen. Je hebt je gedachten, meningen goed in een ritje gezet en daardoor is het je goed gelukt om op de eerste week te kunnen reflecteren. Ik vind je opmerkingen en samenvattingen goed geformuleerd en beschreven te zijn en in plaats van een korte samenvatting heb je een bredere, lange tekst geschreven.
Wat je reflectie op gastcollege 1 betreft heb ik de volgende punten: Ik vind je beschrijving van de gehoorde informaties van de twee gasten duidelijk, alleen ik zie niet hoe je die in verband probeert te brengen met de literatuur van die week. Een korte beschrijving van de gelezen tekst zou misschien kunnen helpen terugkoppelen. Probeer de literatuur beter verbinden aan het gastcollege, of andersom. Het is inderdaad lastig maar als je aan het voorbeeld van mash-ups denkt, is het wel te doen, dan heb je tenminste een vaste punt wat je kunt verbinden met de punten van de heer Kuik en Michiel van Diesen. Zoals je hebt vermeld, was je op werkcollege 2 niet aanwezig. Het is dan wel moeilijk om een evaluatie te proberen te schrijven, maar persoonlijk vond ik heel goed dat je toch informatie probeerde te vragen over wat er in het werkcollege was gebeurd. En vervolgens heb je iets in je blog kunnen schrijven. Je hebt de opmerkingen van de docent goed samengevat, volgende keer als je aanwezig bent, kan je nog meer dingen opschrijven, want er zijn nog veel dingen te leren op het gebied van goed debatteren. Nog een laatste opmerking, en ik durf het bijna niet te zeggen, want mijn Nederlands is lang niet perfect, maar dit soort problemen zijn voor mij makkelijker te zien, dan voor jullie, moedertaalsprekers: let goed op de zogenaamde -d /-t fouten tijdens het schrijven!

Gastcollege

De week begon - zoals altijd – met een gastcollege. Onze gasten van deze week waren Maaike Rijpstra en Sanne Meets van HollandDoc. Ter voorbereiding voor het gastcollege hadden wij de tekst van Harry van Vliet ’Where television en internet meet’ gelezen.<1> Opmerkelijk is, dat het college een meer aanvullende rol speelde op de gelezen literatuur. Een groot deel van de gelezen informatie kwam ook terug in het gastcollege. We hebben naar alle voordelen (en ook de nadelen) van de digitale televisie kunnen luisteren. De gastsprekers legden nog eens uit, waarom digitale televisie in de toekomst door iedereen gebruikt zou moeten worden, zoals Van Vliet het ook beschreven heeft. In de tekst kunnen we echter veel uitgebreidere informatie lezen over de inhoud, de vorm, het gebruik en de nadelen van de gedigitaliseerde televisie, bekeken vanuit technologisch, economisch en sociaal perspectief.Op het college werden de belangrijkste aspecten nog een keer benadrukt, namelijk:
Digitale televisie geeft een betere beeld- en geluidskwaliteit, je kunt zelf een film kiezen uit de digitale bibliotheek, je kunt de uitzending ook op pauze zetten als je even niet kan kijken, je kunt gemakkelijker films opnemen, je hebt de keuzemogelijkheid uit veel meer kanalen, het is interactief en als je ergens op wilt stemmen, dan hoef je dit niet meer met de telefoon te doen, want je kunt het doen met je afstandsbediening.
Naast de voordelen werden ook enkele nadelen genoemd. Digitale televisie is nog niet voor iedereen betaalbaar gezien de hoge kosten van een settop-box en van een digitaal abonnement. Verder dien je per televisie een digitale ontvanger te hebben, want één ontvanger voorziet slechts digitale ontvangst voor één televisietoestel. Nog een apparaat in je kamer dus, naast de dvd-speler, een videorecorder...en dan hebben we het nog niet eens over de verschillende consoles (Wii, PlayStation, X-Box ). Straks weet ik echt niet meer welk apparaat ik aan moet zetten, als ik naar een DVD wil kijken. Is dit echt wat ik nodig heb?
De markt voor de digitale televisie is nog heel ondoorzichtig. De twee gastsprekers gaven aan zelf eigenlijk niet te weten waar de meeste mensen naar kijken, omdat het aantal kijkers naar een bepaald kanaal in het geval van digitale televisie (nog) niet meetbaar is. Duidelijk is echter wel, dat er steeds meer mensen gebruik maken van digitale televisie.
Uit een onderzoek van de Stichting KijkOnderzoek (SKO) en Intomart GfK (gedaan in 2003!) bleek eveneens het volgende: “Hoewel digitale televisie momenteel in meer dan 40% van de Nederlandse huishoudens aanwezig is, blijkt dat bezitters van een digitaal abonnement in bepaalde gevallen onbewust analoog blijven kijken. Naast het “onbewust analoog kijken” kijkt men soms met opzet via de analoge kabel omdat het makkelijker is om dit “even snel aan te zetten”. Ook wordt bewust teletekst via de analoge kabel gebruikt omdat dit niet altijd digitaal te ontvangen is. Verder zijn andere televisies dan het huiskamertoestel in digitale huishoudens, zoals op de slaapkamer, verantwoordelijk voor een groot deel van het analoge kijken.”<2>

Uit het onderzoek van KPMG en TNS NIPO onder ruim 1.100 Nederlanders kwam het volgende resultaat: “Nederlandse consumenten zijn niet overtuigd van de voordelen van digitale televisie boven analoge televisie. Volgens de consument levert het analoge beeld voldoende kwaliteit en is er geen reden om spontaan over te stappen op digitale televisie. Naast de tevredenheid met het huidige analoge beeld vormen de hoge prijsperceptie en de onbekendheid met de extra, interactieve mogelijkheden van digitale televisie de belangrijkste obstakels om over te stappen.”<3>

Na de uitleg van de voor- en nadelen van deze vorm van televisiekijken, werd ons inzicht verschaft in het HollandDoc: het crossmediale kanaal. Ik ben echter van mening, dat er veel te veel over HollandDoc werd gepraat, waarmee het gastcollege meer een reclamepodium voor HollandDoc werd, dan een vorm van discussie over bijvoorbeeld digitale televisie versus reguliere televisie. Maar....waarom praten we steeds over televisie? Deze week gaat ook over internet; toch werd dit in minder mate besproken.
Volgens mijn verwachting had dit onderwerp uitgebreider aan bod mogen komen. We houden ons teveel bezig met digitale televisie en de ontwikkeling hiervan, terwijl het internet zich veel sneller in allerlei richtingen ontwikkelt. Op het werkcollege werd al geformuleerd dat internet en televisie gaan convergeren. In het artikel van Van Vliet kunnen we hier ook over lezen. In het college en in het artikel werd namelijk uitvoerig besproken hoe televisie en internet steeds meer op elkaar gaan lijken en dat het slechts een kwestie van tijd is wanneer ze tot één medium zullen convergeren. De vraag is alleen: Hoe? Zowel Van Vliet als Rijpstra en Smeets hanteren graag het concept crossmedialiteit. Ik krijg steeds het gevoel dat we ervan uit gaan dat de televisie zo ver doorontwikkeld zal worden, dat het uiteindelijk een 'alles-in-één' toestel word. Maar het zou, naar mijn mening, juist andersom moeten gebeuren. Of liever nog, helemaal niet. Het internet is al zo ver ontwikkeld, kan de nadruk niet hierop worden gelegd? En, een andere vraag geformuleerd: zijn we al zo ver om convergentie te kunnen accepteren? Hebben we hier eigenlijk behoefte aan? Wie gaat onderzoeken wat de consument daadwerkelijk wil?
Helaas bood het gastcollege ons slechts een uitleg van de gelezen stof en een reclamestunt voor HollandDoc, in plaats van een debat. Er werd ook veel te veel over (digitale) televisie gepraat en minder over het internet en de mogelijkheden ervan. Crossmedialiteit en convergentie van TV en internet zijn de keywords van de literatuur en de gasten. Bekeken vanuit de ontwikkelingskant van de televisie. En niet van het internet. Bovendien werd alle nadruk gelegd op de technologische factoren van de ontwikkeling, en geen van de gastsprekers, noch de tekst schenkt aandacht aan de maatschappelijke behoeftes.
Dit college was een aanvulling op de literatuur. Helaas werd er niet gedebatteerd over de diverse meningen. Achteraf bezien was het misschien de bedoeling, dat de twee gasten voorstanders van de digitale televisie representeerden en wij studenten als groep de gewone televisie zouden verdedigen. Deze rol hebben wij echter niet vervuld, waardoor de totstandkoming van een goed debat mislukte.

Werkcollege

In het werkcollege werd er gedebatteerd in groepen van vier. Het centrale thema was ‘televisie en internet’, hierover had elke groep een stelling en argumentatie voorbereid. Onze groep behandelde de volgende stelling: Internet en televisie gaat convergeren.
Kimberley O’Connor vormde de jury, Madelief van Esch was de voorzitter, Michelle van ’t Hof verdedigde de stelling en ik probeerde de stelling te weerleggen. Dit vond ik echter een zeer moeilijke rol, aangezien ik het in werkelijkheid met de stelling eens ben. Hierdoor was mijn argumentatie in mijn ogen zwakker dan die van Michelle. Ik probeerde meer sociale argumenten tegen de stelling in te brengen. Michelle heeft de eerste drie minuten volgepraat met haar argumenten. Daarna probeerde ik de tijd te gebruiken om een korte samenvatting van haar argumenten te maken en erop te reageren, en natuurlijk mijn sociale argumenten te vertellen. Uiteindelijk in de vrije discussie had ik het gevoel dat we langs elkaar heen praatten. Onze argumenten botsten met elkaar, we konden geen vernieuwing in de discussie brengen. Ik hoorde haar argumenten en zij hoorde mijn argumenten, maar we luisterden niet goed naar elkaar en bleven onze eigen meningen te herhalen.
Madelief (voorzitter) heeft haar functie goed ingevuld, alleen lukte het haar op een gegeven moment niet meer om ‘stil te blijven’ en gaf zij ook haar eigen mening over de stelling. Ze bleef dus niet neutraal maar had een positie voor de stelling ingenomen. Kimberly, als jury heeft de volgende opmerkingen gemaakt: Zij vond heel goed, dat Michelle zogenaamde keywords gebruikte, waardoor overzichtelijk werd waar zij over ging praten. Kimberley vond goed dat ik de argumenten van Michelle samenvatte. Ze vond verder dat we veel oogcontact met elkaar hadden, maar we zaten allebei krom, wat eigenlijk niet de bedoeling is tijdens een debat. Ik vond persoonlijk dat Michelle met haar sterke argumenten het debat heeft gewonnen. De volgende keer dien ik de aangehoorde punten van kritiek beter in acht te nemen.

Bronnen:
<1> Vliet, H. van. "Where Television and Internet meet". Eview (2002)
<2> Kwalitatief onderzoek naar gebruik digitale televisie, http://www.radio.nl/2003/home/medianieuws/010.archief/2008/08/133992.htm
<3> Consument dik tevreden met analoge televisie, http://www.kpmg.nl/site.asp?id=2036&process_mode=mode_doc&doc_id=46162)


GEZAMELIJKE DEBATVERSLAG

Organiseren van een debat

Elke week behandelen we in de cursus, Nieuwe media in het actuele debat een nieuwe thema. Deze week waren televisie en internet het onderwerp. Bij een wisseling van een thema wordt er een nieuwe groep aangesteld die in het werkcollege een debat leidt. Deze week was het mijn beurt. Onze eerste doel was het bedenken van drie stellingen. Na een vergadering hadden wij twee standpunten bedacht en een bonusstelling, namelijk:

1. Reguliere televisieprogrammering moet plaats maken voor gepersonaliseerde televisie. Toelichting: het huidige, voorgeprogrammeerde televisiebestel is dusdanig samengesteld dat het een breed publiek, oftewel een massamarkt moet aanspreken. Hier wordt gesteld dat dit bestel het veld moet ruimen voor systemen als EPG (zoals vermeld in de tekst van Van Vliet), die zich richten op specifieke doelgroepen en zelfs individuen, oftewel een nichemarkt.

2. Er moet (meer) ruimte gemaakt worden voor een amateuristisch communicatieplatform binnen het Nederlandse televisiebestel.Toelichting: Zoals Sanne Smeets en Maaike Rijpstra illustreerden in het college is er het vraagstuk betreft User Generated Content: in hoeverre mogen amateurs met eigen input invloed uitoefenen op een door professionals beheerd medium? In De Wereld Draait Door is tegenwoordig elke dag een ingestuurd filmpje te zien, maar hier wordt gesteld dat dit bij lange na niet genoeg is.

3. De potentie van crossmedialiteit zal niet vervuld worden, tot één centrale interface de mediaplatformen samenbrengt.

Opzet

Als opzet hadden wij bedacht dat we de werkgroep in tweeën zouden verdelen. Dit was een strategische keuze, omdat wij wilden dat zoveel mogelijk mensen goed konden participeren in het debat. Toch is deze missie in het eerste debat mislukte, vanwege de vorming van groepsleiders. Tijdens de reflectie merkte een aantal mensen op dat sommige mensen té veel zeiden in verhouding tot anderen. Door deze opmerking werd bij de tweede discussie rekening gehouden met anderen.

Verdeling

De verdeling moest ook tot een betere voorbereiding van de student leiden, waardoor het debat meer diepgang zou krijgen. De voorbereiding was bij veel studenten goed, maar het gebruiken van bronnen bleef achterwege. De participant mocht zelf bepalen wat zijn standpunt was. Tevens moesten beide groepen tijdens het debat staan, en hadden de deelnemers de kans om tijdens het debat over te lopen. We hebben voor deze aanpak gekozen in verband met de kritiek van het vorige werkcollege. Afgelopen week was gebleken dat het zitten de activiteit van een discussie vermindert. Wij wilden de participatie van de deelnemer niet beperken door hem of haar een bepaald standpunt op te leggen, vandaar dat de persoon zelf mocht kiezen wat zijn standpunt op een desbetreffend moment was.

Het eerste debat

Het eerste debat was de discussie die het minst goed uitpakte. Het was vooral een pingpongdiscussie, dat qua beargumentering op dezelfde lijn bleef hangen. Een oorzaak hiervan is dat bij de voorstanders Kim te veel sprak en bij de tegenstanders Kimberley te veel sprak. Het was de taak van de voorzitter om in dergelijke situaties in te grijpen. Hij kon bijvoorbeeld iemand de beurt geven die aangaf, door een stap naar voren te zetten, dat hij of zij iets wilde zeggen. Een andere persoon had de discussie een andere dimensie kunnen geven.De reflectie leverde de volgende resultaten:

* In het debat was er sprake van hoofdsprekers;
* Het innemen van metaposities kon vaker en beter;
* Het gebruiken van bronnen in een discussie geeft meer diepgang;* Het stellen van vragen niet effectief was;
* Het gebruik van beeldende voorbeelden een goede argumentatiestrategie goed was.

Het tweede debat

Bij de tweede stelling verliep de discussie beter. Het kritiek van de reflectie werd toegepast tijdens deze conversatie. Zo kwamen er meer mensen aan het woord en werd er meer gebruik gemaakt van metaposities. Toch viel het op dat er in dit debat veel vragen werden gesteld. De docent zegt dat het stellen van vragen initiatief afnemend werkt. Toch werkte het in deze discussie soms voordelig, aangezien sommige vragen alleen door professionals beantwoord kunnen worden. De tegenstanders kwamen met sterke argumenten, waardoor zij een voorstander van de stelling zover hebben gekregen om over te lopen.

Vergelijking debat met verleden week

Als wij het niveau van debatteren vergelijken met dat van vorige week, dan zien wij een stijging. Door de keuzevrijheid van de standpunten en het staan tijdens het discussiëren verliep het debat soepeler en actiever. Toch kan het niveau van argumenteren hoger, door het gebruik van bronnen, metaposities en taakverbetering van de voorzitter.

Conclusie

De conclusie die wij trekken is dat actieve deelname bevordert wordt door keuzevrijheid en een stapositie. Activiteit en diepgang zijn belangrijke factoren voor het voeren van een discussie. De eerste factor is gelukt, maar aan de tweede moet gewerkt worden. Dit kan gedaan worden door het gebruiken van bronnen en metaposities.

Bronnen

De volgende bronnen hebben wij gebruikt voor het debat. Hierbij moeten wij wel vermelden dat het niet gemakkelijk was om goede bronnen te vinden, omdat de stellingen volgens ons meer gebaseerd waren op gevoel en emotionele waarde dan op echte feiten en cijfers.Onder iedere bron staan het argument die wij uit die bron hebben gehaald.

* Schooneveld, D. van. “Digitale televisie: onbekend maakt onbemind.” [2008] Kpmg, Docs – 23-09-2008 http://www.kpmg.nl/Docs/Corporate_Site/Whitepaper_DigitaleTV.pdf"In de toekomst bestaat er ook een goede kans dat we plaats moeten maken voor gepersonaliseerde televisie waardoor reguliere televisieprogrammering waarschijnlijk zal verdwijnen. Het is echter niet bij iedereen gewenst om deze verandering mee te maken. Zaken als (digitale) TV-uitzendingen zonder reclame-uitingen worden door de consument op zich wel gewaardeerd. Maar om er vervolgens ook meer voor te betalen dan het reguliere abonnementstarief? Dat valt slechts bij een minderheid van de Nederlandse huishoudens (11 procent) in goede aarde. Er moet een keuze blijven bestaan voor reguliere televisieprogrammering. Mensen worden anders verplicht nog meer geld uit te geven voor services waar ze misschien niet eens voor hebben gevraagd. Bovendien, wie zegt dat iedereen het geld heeft om extra te betalen voor deze diensten (Hierbij is het internet dan ook weer oppermachtig)".

* DiMaggio, P., en F. Ostrower. “Participation in the Arts by Black and White Americans.” [1990] HeinOnline – 23-09-2008http://scholar.google.com/scholar?hl=en&lr=&q=info:O_mhN5OjGbwJ:scholar.google.com/&output=viewport&pg=1"Als er meer ruimte wordt gemaakt voor een amateuristisch communicatieplatform kan er een ongelijke verdeling ontstaan tussen etniciteit. Zo stond in het blad Social forces een artikel van twee yale-professoren die zeiden dat de participatie van zwarte mensen in kunst kleiner is dan de participatie van de blanke mens. Men kan een ongelijke verdeling beschouwen als oneerlijk. En deze interpretatie van oneerlijkheid kan ‘haatgevoelens of opstandjes’ opwekken".

* Buckalew, J.K. “News Elements and Selection by Television News Editors.” [1969-70] HeinOnline – 23-09-2008 http://scholar.google.com/scholar?hl=en&lr=&q=info:n4dhWyuoFtAJ:scholar.google.com/&output=viewport&pg=1
"Als amateurs eigengemaakte filmpjes mogen uitzenden op de Nederlandse TV is er vaak sprake van een selectie van filmpjes of reproductie van het filmpje. De broadcaster kan het filmpje nog naar zijn eigen smaak vervormen. Door middel van selectie en reproductie wordt het werk van de amateur beschadigd. Hierdoor kunnen we niet spreken van een amateuristisch communicatieplatform dat in zijn geheel amateuristisch is".

* Asa Briggs en Peter Burke, Sociale geschiedenis van de media. Van boekdrukkunst tot internet. Nijmegen: SUN, 2002. Hoofdstuk 3: “Media en publieke sfeer in vroegmodern Europa”. 77-88, 96-104"Ik zie geen doel in het amateuristisch platform, het is wel vermaak. Maar het zal nooit de couch potatoe veranderen in een deelnemer van een active audience. Habermas stelde namelijk dat een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd vrij van dwingende machten. Een realisering dat elke kijker gaat deelnemen aan een discussie is onmogelijk. Tevens zorgt het selectieproces dus dat niet elke deelnemer daadwerkelijk mag deelnemen. Daarnaast haal ik het reproductieproces naar voren. Door dit proces kunnen stukjes geknipt worden en kan de interpretatie van een meningsuiting veranderen. Door dit proces wordt de rationele discussie niet gerealiseerd".

*Hoorcollege 22 september, Maaike Rijpstra en Sanne Smeets, VPRO en Vliet, H. van. (2002) "Where Television and Internet meet". Eview.Zijn bronnen die elke student die het vak Nieuwe media en het actuele debat volgt heeft gelezen. We hebben deze artikelen vooral als achtergrondinformatie gebruikt. Wij hebben weinig argumenten op de lezing en het artikel gebaseerd, omdat wij verwachtten dat de meeste mensen waarvoor we het debat organiseerden gebruik zouden maken van deze bronnen.

* Boogert, E. "Omroepen met persoonlijke on demand TV." [2006] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1481342"Het wordt belangrijk om slimme interfaces te bouwen." Ouderen, bijvoorbeeld, dienen in beeld ondersteund te worden bij het maken van kijkkeuzes bij de toekomstige vormen van televisie. Het aanbod zal immens zijn. "2006 wordt het jaar dat de diensten naar de huiskamer komen".

* Holland Doc Kijk en Luister: Opinie & Gesprek, http://www.hollanddoc.nl/dossiers/27851763/Achtergronden bij het hoorcollege.

* Libbenga, J. "Omroepen orienteren zich op on demand-tv." [2005] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=866870De commerciële omroep is zich nog aan het oriënteren op on demand diensten. "We hebben er naar gekeken, maar we denken niet dat er veel mensen zijn die aflevering 25 van Over De Rooie nog eens willen zien," reageerde Patrick Tillieux, voorzitter SBS Broadcasting, op vragen in Bussum. Ronald Goes van Talpa TV is daarentegen juist erg te spreken over het onderdeel Programma gemist, dat op de website van Talpa wordt aangeboden. Daarvan wordt volgens Goes enorm veel gebruik gemaakt, net als van de livestreams. "Kijkers nemen dagelijks zo’n 500.000 streams af.”

* Lister et al, New Media: A Critical Introduction. New York: Routledge, 2003Achtergrondinformatie waaruit wij onze voorkennis hebben opgedaan.

* Marbe, N. "Kom snel, een boze moslim op TV!" [2008] Opinie – De Volkskrant - 24-09-2008 http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/1291/Kom_snel,_een_boze_moslim_op_tv!Wat moet je als je buurman je op een dag toeroept: ‘Ik geef je geen hand meer, want daar krioelt het van de geslachtsorganen.’ [...] Het laatste wat je verwacht is dat zo’n gekwelde kamerbreed op televisie verschijnt, uitgedost als salafistisch strijder. Daar mag hij helemaal los gaan, met gebalde vuisten; niemand grijpt in. Ach ja, kijkcijfers. Zo iemand wordt niet uitgenodigd omdat hij wat zinnigs te melden heeft of omdat hij de stem van de islamitische gemeenschap is. Wat telt is dat hij niet moeders mooiste is, nors kijkt en agressief wordt als je hem tegenspreekt. Een pratende Bokito – altijd prijs.

* Roelofs, R. "ACTV wil Europa gepersonaliseerde reclame bieden." [2001] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=43684Gregory Lovett, senior vice-president van ACTV Europe: "Nu is er een grote verspilling in televisiereclame. Als je op traditionele wijze met luiers adverteert, is dit voor een huishouden zonder kinderen niet relevant. Maar met SpotOn kunnen adverteerders voor de luierreclame huishoudens met baby's selecteren, terwijl andere huishoudens tegelijkertijd, afhankelijk van wat het meest toepasselijk is, benaderd kunnen worden met bijvoorbeeld commercials over tandpasta, huidverzorging, shampoo of make-up. Bovendien kunnen consumenten met deze technologie informatie aanvragen en producten bestellen."

* Tomesen, R. "Forse toename kijkers Zoom.in en Uitzendinggemist.nl." [2006] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1057554De kijkcijfers van twee van de belangrijkste Nederlandse aanbieders van online video's stegen fors in 2005. De nieuwsvideo's van Zoom.in zijn vorig jaar in totaal bijna 38 miljoen keer bekeken, een groei van 55 procent vergeleken met een jaar eerder. Het aantal online video's dat via uitzendinggemist is opgevraagd, is volgens Bas Buesink van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek (KLO) vorig jaar nog sterker gestegen. Hij spreekt van minimaal een verviervoudiging.

* Wiersma, T. "Verschuiving gaande in VS van tv naar webreclame." [2005]Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=614336"Binnen reclamebudgetten is een verschuiving gaande waarbij het web steeds vaker de voorkeur krijgt boven de televisie," aldus Wenda Harris Millard, hoofd sales van Yahoo, dat vorig jaar 3 miljard dollar aan advertentieruimte wist te verkopen. "Marketers zien eindelijk in dat ze het veranderende mediagedrag van de consument niet langer kunnen negeren."