Evaluatie week 2: Internet en auteursrecht
Gastcollege
Het thema van deze week is auteursrecht en internet. Ter voorbereiding van het gastcollege lazen wij een tekst van Kembrew McLeod.<1> Aansluitend bij het thema van deze week gaat de tekst over auteursrecht en hoe dit eigenlijk functioneer in de realiteit. Verder ontvingen we twee gastsprekers: Tim Kuik, directeur van de Stichting Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland, en Michiel van Diesen, business analist van het Veronica Medialab. Zij waren uitgenodigd om het thema auteursrecht vanuit twee verschillende perspectieven toe te lichten.
Kembrew McLeod bespreekt de geschiedenis van het auteursrecht binnen de muzieksector. Doorheen die geschiedenis komt het auteursrecht regelmatig in botsing met creatieve doelen, bijvoorbeeld wanneer artiesten oude hits wensen te gebruiken, bij het creëren van iets nieuws. Centraal staan de zogenaamde mash-ups, creatieve, muzikale scheppingen, bestaande uit twee of meerdere bestaande liedjes uit totaal verschillende genres. Tim Kuik houdt zich, als directeur van de Stichting BREIN (Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland), bezig met de strijd tegen illegale kopieverspreiding van films, muziek, games en dus ook mash-ups, etc. BREIN jaagt niet op de individuele consument, maar op de illegale websites, die aanbieden illegaal files te downloaden. Kuik legt uit dat 85% van deze strijd zich op het internet afspeelt, waar zich de grootste markt van de verspreiding van illegale files bevindt. Hij legt ook goed uit, dat het volgens het auteursrechtelijk principe ‘alleen voor eigen gebruik’ best is toegestaan een kopie te maken van films en muziek-cd’s, maar wat de diverse games betreft moet je toestemming vragen. Hoewel het downloaden van illegale bronnen verboden is, beschikken auteursrechtelijke organisaties over weinig middelen om dit te kunnen voorkomen.
Eén en ander betekent ook, dat de mash-ups, waar Kembrew McLeod het over heeft, e illegale files zijn. Talrijke hobbyisten creëren mash-ups en het internet maakt de wereldwijde verspreiding mogelijk. Sommige, goed gemaakte mash-ups worden binnen korte tijd zo populair, dat miljoenen internetgebruikers de files downloaden op hun eigen computer. Maar het maken en verspreiden van mash-ups is illegaal volgens het auteursrecht en dit is waarmee Tim Kuik en de organisatie BREIN zich bezig houden. Wat zijn de gevolgen van een verbod op het maken en verspreiden van mash-ups? De ouderwetse auteurswet maakt het onmogelijk voor gewone mensen hun specifieke talent voor het maken van mash-ups openbaar te maken. Doen zij dit wel, dan kan bijvoorbeeld de EMI in actie komen en met waarschuwingen en/of sancties deze mensen dwingen hun mash-ups te verwijderen van het internet. Zo staat eigenlijk een ouderwetse wet de ontwikkeling van deze nieuwe kunstvorm in de weg, want hoeveel waarde heeft een creatieve vondst, als je hem niet met anderen kan delen? Niet iedereen heeft immers het geld om licenties te kunnen kopen van de originele declamator(s).
Anderzijds hebben wij naar Michiel van Diesen kunnen luisteren. Het Veronica Medialab is een organisatie, die zich tot doel gesteld heeft om een nieuwe bijdrage leveren aan de aan media gerelateerde activiteiten. De meest bekende activiteit van het Medialab is de radiozender KinkFM. Deze zender brengt zeer diverse muziekgenres ten gehore voor zo’n 150.000 luisteraars per dag. Voorbeelden van radioprogramma’s van KinkFM zijn Kink ClassX en KinkAardschock. De makers van KinkFM ontdekten, mede dankzij eigen onderzoek, dat steeds meer mensen gebruik gaan maken van het luisteren naar de radio via internet en mobiel internet. Hier zagen zij kansen voor zichzelf weggelegd en zij proberen op zo winstgevend mogelijk wijze in te spelen op deze moderne behoefte van de consument.
Van Diesens mening betreffende het auteursrecht verschilt zeer van die van Tim Kuik. Hij zei niet letterlijk dat (illegaal) downloaden (van muziek, films, games, of eventueel mash-ups) te accepteren was, maar hij zei dat het wel mogelijk was om te doen en hij gaf toe er zelf ook af en toe gebruik van te maken. Hij is voor, noch tegen het downloaden van illegale files, maar hij vindt – en dat komt overeen met de gedachte van Tim Kuik – dat er een beter, legaal distributiemodel ontworpen moet worden, waardoor mensen steeds minder gebruik zullen gaan maken van illegale filesharing.
Zoals het McLeod beschrijft, het blijkt, dat mensen na het beluisteren van mash-ups, meer exemplaren van de originele songs kopen, wat op zich natuurlijk heel aantrekkelijk is voor de artiesten. Dus, als de artiesten zelf er geen problemen mee hebben, waarom laten de wetgevers zo’n verouderde wet dan niet herschrijven, zodat het voor iedereen een voordeel oplevert? Hoewel het bovenstaande niet letterlijk werd geformuleerd tijdens het gastcollege, waren Tim Kuik en Michiel van Diesen het er over eens dat de oplossing tegen het illegale downloaden bestaat uit het introduceren van legale distributiemodellen.
“Uit Brits onderzoek blijkt dat jongeren best willen betalen voor het downloaden van muziek, maar wel op hun eigen voorwaarden: een maandabonnement voor onbeperkt drm-vrij downloaden. Het onderzoek (PDF) is gedaan door de universiteit van Hertfordshire in opdracht van British Music Rights (BMR), de Britse organisatie die songwriters en muziekuitgevers vertegenwoordigt, zo meldt Ars Technica. Een van de opmerkelijke resultaten is dat 80 procent van de ondervraagde p2p-gebruikers tussen 14 en 24 aangeeft te willen betalen voor een "legale dienst voor het uitwisselen van muziekbestanden".<2>
Uit een ander onderzoek, gedaan in Nederland in 2007, bleek, “dat in de groep 8- tot 12-jarigen het meest legaal gedownload wordt: 50 procent downloadt legale muziek. Maar gemiddeld genomen downloaden nog evenveel mensen hun muziek illegaal via het internet als in 2005 (84 procent). Opvallend is wel dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden bij de ondervraagde doelgroepen. Waren het in 2005 vooral de 8- tot 17-jarigen die illegale muziek downloadden (86 procent), tegenwoordig zijn het voornamelijk de 18- tot 35-jarigen (93 procent). Daarnaast valt op dat in 2005 één op de vijf respondenten legaal muziek downloadt en in 2007 één op de drie.”<3>
Luisterend naar de verhalen van Kuik en Van Diesen, had ik steeds één vraag in mijn hoofd: hoe zit het met het auteursrecht in het geval van boeken? Mag ik wel of niet boeken kopiëren? Gezien het belang, dat er kennelijk aan het auteursrecht wordt gehecht, verwacht ik zelf, dat ik dan ook geen teksten uit boeken mag kopiëren. Een blik op de website http://www.auteursrechtenonderwijs.nl/afspraken.html leerde mij, dat er klein gedeelte van boeken gekopieerd mag worden zonder toestemming van de auteur. Maar niet het gehele boek. Dus, toen ik een heel boek kopieerde en vervolgens mijn eigen kopie door anderen liet kopiëren, heb ik de auteurswet overtreden. <4>
Samenvattend: uit de bestudeerde literatuur en het gastcollege tezamen bleek, dat het auteursrecht een belangrijke rol speelt binnen consumptiemaatschappijen, maar wat wel of niet mag gedaan worden is niet altijd helder voor de gebruikers. Zo kan het zijn, dat de makers van mash-ups de wet hebben overtreden, hoewel ze alleen maar anderen wilden entertainen. Het aanpassen van de auteursrechtelijke wetgeving aan de moderne samenleving zou een optie kunnen zijn, om onbedoelde overtredingen te voorkomen. Legale downloadsites voor een klein bedrag per download zouden het probleem van illegale downloaden kunnen verhelpen. Maar zolang de verouderde wet en de hoge prijs van CD’s, DVD’s etc. gehandhaafd blijven, is het niet verwonderlijk, dat steeds meer mensen gebruik maken van het downloaden van bestanden. “We worden toch niet bestraft … tenminste niet in Nederland”, zoals Tim Kuik zei. En het is gratis!
Werkcollege
Het thema van de tweede week was: ’Internet en auteursrecht’. Na het gastcollege van dinsdag werd ditzelfde onderwerp ook op het hoorcollege behandeld. Het hoorcollege begon met een één-op-één debat waarbij de deelnemers hun stelling en argumentatie ervan moesten vertellen. Mijn partner, Don van der Toorn, was helaas niet aanwezig. Daarom ging ik met Marijne van der Wal discussiëren. Doordat we niet in dezelfde groep waren ingedeeld, moesten wij eerst de stelling uitkiezen die we wilden bespreken. Hierdoor hebben we wat tijd verloren en kwamen we niet aan het doorgronden van ons beider meningen toe. Onze stelling was: ”Platenmaatschappijen zijn niet achterhaald en blijven bestaan, ondanks het concept van prosumerisme, waarbij iedereen zelf muziek kan maken en on-line kan publiceren.”
Omdat de stelling niet van mij was, moest ik snel argumenten bedenken en dat ging minder gemakkelijk dan ik had verwacht. Marijne had zich goed voorbereid, dus het lukte me niet altijd om met een scherp antwoord op haar argumenten te reageren. Soms had ik het gevoel dat we langs elkaar heen praatten. Zij richtte zich vooraal op het belang van een platenmaatschappij. Ik probeerde uit te leggen, dat doordat deze platenmaatschappijen de norm bepalen, andere artiesten, die buiten die normen vallen, minder kansen hebben om succesvol te worden. Als dit echter wel lukt, dan vormt dit het beste bewijs, dat artiesten ook zonder grote platenmaatschappijen kunnen.
Helaas hebben we onze beschikbare tijd niet zo goed besteed en omdat ik me niet had voorbereid op deze stelling, verliep ons debat minder soepel als dan bij anderen. Naast de tijd hadden ook beter naar elkaars argumenten moeten luisteren. Ik was zo gefocust op het winnen van het debat, dat ik alleen maar met mijn argumentatie bezig was. En doordat de anderen in de klas ook met elkaar gingen debatteren (hardop praten, natuurlijk) kon ik Marijne’s argumenten niet altijd goed verstaan. Tijdmanagement, luisteren naar elkaars argumentatie en verstaanbaarheid zijn onze aandachtspunten voor de volgende keer.
In het tweede gedeelte van het werkcollege werd het voorbereidde debat van groep 1 gehouden. Het onderwerp van de eerste discussie was: ‘De oplossing van het ‘piracy’ -probleem ligt in het toevoegen van waarde aan een legaal verkregen kopie’.
Het debat hierover werd een pingpongdiscussie. De in twee kampen verdeelde klas reageerde weinig inhoudelijk op elkaars argumenten en zij spraken totaal langs elkaar heen. Jammer, dat er meer gediscussieerd werd over de genoemde voorbeelden dan over het daadwerkelijke onderwerp. Sommige mensen waren heel goed in het opsommen van details, maar daar ging het debat niet over. Bovendien was er niemand, die de argumenten samenvatte en op basis daarvan ging reageren en tegenargumenten formuleren.
Het tweede debat over het thema ‘Het papier gaat de cd achterna’ was beter. Het was nog altijd verre van perfect, maar wij probeerden tenminste een zogenaamde pingpongdiscussie te voorkomen. Goede argumenten volgden elkaar op, maar er was nog steeds niemand die de gehoorde dingen samenvatte en erop reageerde. Hier moeten we dus vooral op gaan letten. Een samenvatting is ook nuttig om de uitspraken van de tegenpartij te manipuleren en aldus aan te kunnen wenden ter verdediging van ons eigen standpunt. Tevens moeten we beter omgaan met de tijd en aantekeningen maken tijdens het debatteren. We hoeven niet alles op te schrijven wat de ander zei, alleen datgene waar we op willen reageren. Andere belangrijke facetten zijn het selecteren van informatie en het innemen van een metapositie. Een argumentatielijn ontbrak in de debatten tijdens het college: iedereen zei wat hij wilde, er was geen samenhang in de argumentatie. Dit is ook essentieel volgende keer. Wat de vorm van het debat betreft: doordat de groepsleden ver van elkaar zaten was er eigenlijk geen teamspirit en dus geen teamgame. Als we als één groep hadden gefunctioneerd, was het debat ook beter en dynamischer geweest. De debatleider dient geen mening te uiten, maar objectief het debat te leiden.
Kortom:
· goed omgaan met tijd,
· aantekeningen maken
· samenvatting
· metapositie
zijn de belangrijkste punten waar we op moeten letten in de volgende weken tijdens het debat.
Bronnen:
<1> McLeod, Kembrew.Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic. In: Popular Music and Society. Vol. 28, No. 1.Febr. 2006: 79-93
<2>Jeugd wil alleen betalen voor onbeperkt muziek downloaden, http://www.downloadwinkels.nl/view_news/568/Jeugd_wil_alleen_betalen_voor_onbeperkt_muziek_downloaden.html
<3> Helft jongeren download muziek legaal, http://www.techzine.nl/nieuws/12751/Helft-jongeren-downloadt-muziek-legaal.html
<4> Wat mag ik kopieren? http://www.auteursrechtenonderwijs.nl/afspraken.html
woensdag 17 september 2008
Inleiding
Evaluatie week 1: Inleiding
Stelling: Nieuw media hebben mensen niet alleen maar dichter bij elkaar gebracht; ze hebben de hoogste muur gecreëerd die ooit tussen mensen kon ontstaan
Als je dit leest zou je kunnen denken dat ik een anti-mobiel-gebruiker of een anti-internet-user ben. Maar dat is niet zo. Zonder nieuwe media kan ik niet meer bestaan. Zeker niet op 1600 kilometer afstand van thuis. Ik ben blij dat de wereld zich in deze richting heeft ontwikkeld. Ik voel me dichter bij mijn familie dan ooit; ik durf ook over taboe onderwerpen praten. Ze zien me toch niet, ze zien het niet als ik het schaamrood op mijn kaken heb staan. Via internet praat ik vaker met mijn broer en mijn vrienden dan voor mijn vertrek naar het buitenland. Als ik al toch ingelogd ben op MSN, waarom zou ik dan niet met de andere vrienden/familieleden praten die ook on-line zijn. Op iwiw (Hongaarse hyves) heb ik meer kennissen dan ik ooit had gedacht te krijgen en ik heb ook vrienden van tien jaar geleden teruggevonden met wie ik nu opeens wekelijks contact heb. Ook als ze net aan de andere kant van de wereld zitten. Via sms kan ik iemand feliciteren met zijn/haar verjaardag. Ik hoef niet eens naar de winkel te gaan om een kaartje te kopen. Sms, online kaarten...ze zijn allemaal beschikbaar voor mij. Winkelen kost ook nog slechts tien minuten tijd: gewoon, online. Maar dit soort 'luxe' kost me enorm veel ‘quality-time’. Ik maak nauwelijks tijd meer voor mijn vrienden, die in de buurt wonen. Als ik ergens over wil praten, bel ik ze gewoon met mijn mobieltje. En dat is ook makkelijker. Ik hoef me niet aan te kleden, ik hoef de deur niet uit. Alles kan vanuit mijn kamer, zelf vanuit mijn bed. Als ik ze wil zien, zet ik mijn webcamera aan. Maar ik heb steeds minder fysiek contact met hen. En dat vind ik de hoogste muur, die de mensheid in haar midden heeft opgeworpen. Gelukkig kunnen we via internet of mobiele telefonie nog altijd geen biertje drinken. Nog niet.
Angry man nr. 3
Hij is een macho. Ten minste, dat wil hij anderen doen geloven. Een type dat doet alsof hij altijd alles beter weet en met zijn 'losse' gedrag probeert hij dit nog meer te benadrukken. Vaak loopt hij met zijn handen in de zakken van zijn broek en draagt zijn portemonnee in zijn kontzak. Aan zijn gelaatsuitdrukkingen lezen we af, dat hij anderen een lagere status toekent dan zichzelf. Als hij praat, kunnen we de volgende kenmerken waarnemen op zijn gezicht: zijn mond is altijd krom (naar beneden), hij trekt zijn neus altijd naar boven, zeker als hij het ergens niet mee eens is en hij trekt zijn wenkbrauwen ook heel vaak naar boven. Wanneer hij iets te zeggen heeft, kijkt hij vaak niet naar de mensen tegen wie hij spreekt, maar naar een punt ergens in de kamer, naar buiten, of hij kijkt voor hem. Hij staat ook heel vaak met zijn rug naar de anderen terwijl hij praat. Zijn handen vertonen een opvallende mimiek, van losse, onderwijzende handgebaren tot agressieve, dreigende handbewegingen. Dankzij zijn vastbesloten, zelfverzekerde en overtuigende karakter raakten gedurende lange tijd slechts weinig mensen overtuigd van de onschuld van de verdachte.
Ground Rules
Als ik mij het slechtste debat wat ik ooit hoorde tracht te herinneren, komt steeds hetzelfde voorbeeld me voor ogen voor. Dat vond twee jaar geleden plaats toen in Hongarije verkiezingen werden gehouden. Zoals gebruikelijk werden de grootste politieke partijen uitgenodigd om te debatteren over hun programma en om de mensen te overtuigen op hen te stemmen. Hoewel er meerdere partijen waren uitgenodigd, ging de strijd in wezen tussen de twee grootste partijen die tegenover elkaar stonden. “Waar moet ik op stemmen? Op de socialisten of op de jonge democraten?”, vroeg ik mij af. Na de eerste tien minuten werd reeds duidelijk, dat één van de twee partijen geen redenen kon noemen, waarom ik op hun partij zou moeten stemmen. De betreffende woordvoerder kon op de gestelde vragen geen duidelijke antwoorden geven. Hij zei altijd iets, maar soms sloeg het nergens op. Als hij helemaal geen antwoord paraat had, dan sneed hij een ander onderwerp aan of begon beschuldigingen aan het adres van zijn tegenstanders te uiten.Het beste debat dat ik heb gezien tot nu toe, is het debat uit de film die we tijdens de eerste week van het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’ hebben gezien. Het betrof een debat tussen elf personen tegen één, op het eerste gezicht bij voorbaat een verloren strijd. Maar die ene man heeft bewezen dat hij met volharding en een degelijke argumentatie, anderen van zijn standpunten kan overtuigen. Een succesvol debater is honderd procent zeker van zijn mening. Om de anderen te kunnen overtuigen, dient hij ieder spoortje van twijfel te verbergen. Als hij het hele debat met een pokerface kan doorstaan, heeft hij de winst al half binnen. Echter, ook een gedegen voorbereiding op het thema is onontbeerlijk. Als hij erin slaagt het debat te sturen (leidende type), dan kan hij ervoor zorgen, dat slechts die onderwerpen ter sprake komen, waarin hij het beste thuis is en waaromtrent hij de anderen kan overtuigen. Als een partij een debat wil winnen, is het dus van belang er mensen naartoe te sturen die over voldoende voorkennis en overredingskracht beschikken. Debatterende partijen dienen altijd bij het onderwerp blijven; nooit over iets anders beginnen. Persoonlijke woorden horen niet thuis in een debat.
Ground Rules samenvattend:
· Wees goed voorbereid
· Goede communicatieve skills zijn noodzakelijk!!!
· Probeer retorisch te zijn
· Blijf bij het onderwerp
· Wees nooit te stekelig/spitsgebekt
· Voeg alleen maar relevante informatie toe
· Gebruik goede bronnen
· Probeer indien mogelijk het debat te sturen
· Wees zelfverzekerd
· Beantwoord de vragen van de tegenpartij
Werkcollege
Dit college begon met een aantal praktische zaken, waarna wij ons met de functies van de non-verbale communicatie hebben beziggehouden. Iedereen moest een stelling voorbereiden voor dit college en tijdens de tweede helft van het college kreeg iedereen één minuut om zijn/haar stelling voor de klas te beargumenteren. Hierna kreeg de klas nog één minuut om erop te reageren. Ik maakte deel uit van die jury, die als taak had de sprekers te beoordelen op basis van de grondregels van een goed debat. Bij iedereen moesten wij naar de lichaamstaal en de manier van praten kijken. Vaak hebben we opgemerkt dat de medestudenten heel zacht gingen praten, waardoor anderen de boodschap wellicht niet helemaal konden verstaan. Een ander probleem was - in veel gevallen - dat de stelling en de argumentatie niet goed van elkaar waren te onderscheiden. Medestudenten die hun stelling presenteerden, maakten weinig oogcontact met hun publiek; ze keken meestal of naar de docenten, of naar de jury. We hoorden tevens een paar stellingen, die niet helemaal goed onderbouwd waren, of waarvan argumentatie niet sterk genoeg was. Er waren ook een paar opvallend goede presentaties, maar die betreffende studenten hadden reeds ervaring in het presenteren van een stelling. Er moet nog veel geoefend worden, maar verder wil ik niemand beoordelen, want ik weet niet hoe ik het zou hebben gedaan. En dit was natuurlijk pas het eerste college, er valt nog wat te leren voor iedereen.
Stelling: Nieuw media hebben mensen niet alleen maar dichter bij elkaar gebracht; ze hebben de hoogste muur gecreëerd die ooit tussen mensen kon ontstaan
Als je dit leest zou je kunnen denken dat ik een anti-mobiel-gebruiker of een anti-internet-user ben. Maar dat is niet zo. Zonder nieuwe media kan ik niet meer bestaan. Zeker niet op 1600 kilometer afstand van thuis. Ik ben blij dat de wereld zich in deze richting heeft ontwikkeld. Ik voel me dichter bij mijn familie dan ooit; ik durf ook over taboe onderwerpen praten. Ze zien me toch niet, ze zien het niet als ik het schaamrood op mijn kaken heb staan. Via internet praat ik vaker met mijn broer en mijn vrienden dan voor mijn vertrek naar het buitenland. Als ik al toch ingelogd ben op MSN, waarom zou ik dan niet met de andere vrienden/familieleden praten die ook on-line zijn. Op iwiw (Hongaarse hyves) heb ik meer kennissen dan ik ooit had gedacht te krijgen en ik heb ook vrienden van tien jaar geleden teruggevonden met wie ik nu opeens wekelijks contact heb. Ook als ze net aan de andere kant van de wereld zitten. Via sms kan ik iemand feliciteren met zijn/haar verjaardag. Ik hoef niet eens naar de winkel te gaan om een kaartje te kopen. Sms, online kaarten...ze zijn allemaal beschikbaar voor mij. Winkelen kost ook nog slechts tien minuten tijd: gewoon, online. Maar dit soort 'luxe' kost me enorm veel ‘quality-time’. Ik maak nauwelijks tijd meer voor mijn vrienden, die in de buurt wonen. Als ik ergens over wil praten, bel ik ze gewoon met mijn mobieltje. En dat is ook makkelijker. Ik hoef me niet aan te kleden, ik hoef de deur niet uit. Alles kan vanuit mijn kamer, zelf vanuit mijn bed. Als ik ze wil zien, zet ik mijn webcamera aan. Maar ik heb steeds minder fysiek contact met hen. En dat vind ik de hoogste muur, die de mensheid in haar midden heeft opgeworpen. Gelukkig kunnen we via internet of mobiele telefonie nog altijd geen biertje drinken. Nog niet.
Angry man nr. 3
Hij is een macho. Ten minste, dat wil hij anderen doen geloven. Een type dat doet alsof hij altijd alles beter weet en met zijn 'losse' gedrag probeert hij dit nog meer te benadrukken. Vaak loopt hij met zijn handen in de zakken van zijn broek en draagt zijn portemonnee in zijn kontzak. Aan zijn gelaatsuitdrukkingen lezen we af, dat hij anderen een lagere status toekent dan zichzelf. Als hij praat, kunnen we de volgende kenmerken waarnemen op zijn gezicht: zijn mond is altijd krom (naar beneden), hij trekt zijn neus altijd naar boven, zeker als hij het ergens niet mee eens is en hij trekt zijn wenkbrauwen ook heel vaak naar boven. Wanneer hij iets te zeggen heeft, kijkt hij vaak niet naar de mensen tegen wie hij spreekt, maar naar een punt ergens in de kamer, naar buiten, of hij kijkt voor hem. Hij staat ook heel vaak met zijn rug naar de anderen terwijl hij praat. Zijn handen vertonen een opvallende mimiek, van losse, onderwijzende handgebaren tot agressieve, dreigende handbewegingen. Dankzij zijn vastbesloten, zelfverzekerde en overtuigende karakter raakten gedurende lange tijd slechts weinig mensen overtuigd van de onschuld van de verdachte.
Ground Rules
Als ik mij het slechtste debat wat ik ooit hoorde tracht te herinneren, komt steeds hetzelfde voorbeeld me voor ogen voor. Dat vond twee jaar geleden plaats toen in Hongarije verkiezingen werden gehouden. Zoals gebruikelijk werden de grootste politieke partijen uitgenodigd om te debatteren over hun programma en om de mensen te overtuigen op hen te stemmen. Hoewel er meerdere partijen waren uitgenodigd, ging de strijd in wezen tussen de twee grootste partijen die tegenover elkaar stonden. “Waar moet ik op stemmen? Op de socialisten of op de jonge democraten?”, vroeg ik mij af. Na de eerste tien minuten werd reeds duidelijk, dat één van de twee partijen geen redenen kon noemen, waarom ik op hun partij zou moeten stemmen. De betreffende woordvoerder kon op de gestelde vragen geen duidelijke antwoorden geven. Hij zei altijd iets, maar soms sloeg het nergens op. Als hij helemaal geen antwoord paraat had, dan sneed hij een ander onderwerp aan of begon beschuldigingen aan het adres van zijn tegenstanders te uiten.Het beste debat dat ik heb gezien tot nu toe, is het debat uit de film die we tijdens de eerste week van het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’ hebben gezien. Het betrof een debat tussen elf personen tegen één, op het eerste gezicht bij voorbaat een verloren strijd. Maar die ene man heeft bewezen dat hij met volharding en een degelijke argumentatie, anderen van zijn standpunten kan overtuigen. Een succesvol debater is honderd procent zeker van zijn mening. Om de anderen te kunnen overtuigen, dient hij ieder spoortje van twijfel te verbergen. Als hij het hele debat met een pokerface kan doorstaan, heeft hij de winst al half binnen. Echter, ook een gedegen voorbereiding op het thema is onontbeerlijk. Als hij erin slaagt het debat te sturen (leidende type), dan kan hij ervoor zorgen, dat slechts die onderwerpen ter sprake komen, waarin hij het beste thuis is en waaromtrent hij de anderen kan overtuigen. Als een partij een debat wil winnen, is het dus van belang er mensen naartoe te sturen die over voldoende voorkennis en overredingskracht beschikken. Debatterende partijen dienen altijd bij het onderwerp blijven; nooit over iets anders beginnen. Persoonlijke woorden horen niet thuis in een debat.
Ground Rules samenvattend:
· Wees goed voorbereid
· Goede communicatieve skills zijn noodzakelijk!!!
· Probeer retorisch te zijn
· Blijf bij het onderwerp
· Wees nooit te stekelig/spitsgebekt
· Voeg alleen maar relevante informatie toe
· Gebruik goede bronnen
· Probeer indien mogelijk het debat te sturen
· Wees zelfverzekerd
· Beantwoord de vragen van de tegenpartij
Werkcollege
Dit college begon met een aantal praktische zaken, waarna wij ons met de functies van de non-verbale communicatie hebben beziggehouden. Iedereen moest een stelling voorbereiden voor dit college en tijdens de tweede helft van het college kreeg iedereen één minuut om zijn/haar stelling voor de klas te beargumenteren. Hierna kreeg de klas nog één minuut om erop te reageren. Ik maakte deel uit van die jury, die als taak had de sprekers te beoordelen op basis van de grondregels van een goed debat. Bij iedereen moesten wij naar de lichaamstaal en de manier van praten kijken. Vaak hebben we opgemerkt dat de medestudenten heel zacht gingen praten, waardoor anderen de boodschap wellicht niet helemaal konden verstaan. Een ander probleem was - in veel gevallen - dat de stelling en de argumentatie niet goed van elkaar waren te onderscheiden. Medestudenten die hun stelling presenteerden, maakten weinig oogcontact met hun publiek; ze keken meestal of naar de docenten, of naar de jury. We hoorden tevens een paar stellingen, die niet helemaal goed onderbouwd waren, of waarvan argumentatie niet sterk genoeg was. Er waren ook een paar opvallend goede presentaties, maar die betreffende studenten hadden reeds ervaring in het presenteren van een stelling. Er moet nog veel geoefend worden, maar verder wil ik niemand beoordelen, want ik weet niet hoe ik het zou hebben gedaan. En dit was natuurlijk pas het eerste college, er valt nog wat te leren voor iedereen.
Abonneren op:
Posts (Atom)