woensdag 17 september 2008

Inleiding

Evaluatie week 1: Inleiding

Stelling: Nieuw media hebben mensen niet alleen maar dichter bij elkaar gebracht; ze hebben de hoogste muur gecreëerd die ooit tussen mensen kon ontstaan

Als je dit leest zou je kunnen denken dat ik een anti-mobiel-gebruiker of een anti-internet-user ben. Maar dat is niet zo. Zonder nieuwe media kan ik niet meer bestaan. Zeker niet op 1600 kilometer afstand van thuis. Ik ben blij dat de wereld zich in deze richting heeft ontwikkeld. Ik voel me dichter bij mijn familie dan ooit; ik durf ook over taboe onderwerpen praten. Ze zien me toch niet, ze zien het niet als ik het schaamrood op mijn kaken heb staan. Via internet praat ik vaker met mijn broer en mijn vrienden dan voor mijn vertrek naar het buitenland. Als ik al toch ingelogd ben op MSN, waarom zou ik dan niet met de andere vrienden/familieleden praten die ook on-line zijn. Op iwiw (Hongaarse hyves) heb ik meer kennissen dan ik ooit had gedacht te krijgen en ik heb ook vrienden van tien jaar geleden teruggevonden met wie ik nu opeens wekelijks contact heb. Ook als ze net aan de andere kant van de wereld zitten. Via sms kan ik iemand feliciteren met zijn/haar verjaardag. Ik hoef niet eens naar de winkel te gaan om een kaartje te kopen. Sms, online kaarten...ze zijn allemaal beschikbaar voor mij. Winkelen kost ook nog slechts tien minuten tijd: gewoon, online. Maar dit soort 'luxe' kost me enorm veel ‘quality-time’. Ik maak nauwelijks tijd meer voor mijn vrienden, die in de buurt wonen. Als ik ergens over wil praten, bel ik ze gewoon met mijn mobieltje. En dat is ook makkelijker. Ik hoef me niet aan te kleden, ik hoef de deur niet uit. Alles kan vanuit mijn kamer, zelf vanuit mijn bed. Als ik ze wil zien, zet ik mijn webcamera aan. Maar ik heb steeds minder fysiek contact met hen. En dat vind ik de hoogste muur, die de mensheid in haar midden heeft opgeworpen. Gelukkig kunnen we via internet of mobiele telefonie nog altijd geen biertje drinken. Nog niet.

Angry man nr. 3

Hij is een macho. Ten minste, dat wil hij anderen doen geloven. Een type dat doet alsof hij altijd alles beter weet en met zijn 'losse' gedrag probeert hij dit nog meer te benadrukken. Vaak loopt hij met zijn handen in de zakken van zijn broek en draagt zijn portemonnee in zijn kontzak. Aan zijn gelaatsuitdrukkingen lezen we af, dat hij anderen een lagere status toekent dan zichzelf. Als hij praat, kunnen we de volgende kenmerken waarnemen op zijn gezicht: zijn mond is altijd krom (naar beneden), hij trekt zijn neus altijd naar boven, zeker als hij het ergens niet mee eens is en hij trekt zijn wenkbrauwen ook heel vaak naar boven. Wanneer hij iets te zeggen heeft, kijkt hij vaak niet naar de mensen tegen wie hij spreekt, maar naar een punt ergens in de kamer, naar buiten, of hij kijkt voor hem. Hij staat ook heel vaak met zijn rug naar de anderen terwijl hij praat. Zijn handen vertonen een opvallende mimiek, van losse, onderwijzende handgebaren tot agressieve, dreigende handbewegingen. Dankzij zijn vastbesloten, zelfverzekerde en overtuigende karakter raakten gedurende lange tijd slechts weinig mensen overtuigd van de onschuld van de verdachte.

Ground Rules

Als ik mij het slechtste debat wat ik ooit hoorde tracht te herinneren, komt steeds hetzelfde voorbeeld me voor ogen voor. Dat vond twee jaar geleden plaats toen in Hongarije verkiezingen werden gehouden. Zoals gebruikelijk werden de grootste politieke partijen uitgenodigd om te debatteren over hun programma en om de mensen te overtuigen op hen te stemmen. Hoewel er meerdere partijen waren uitgenodigd, ging de strijd in wezen tussen de twee grootste partijen die tegenover elkaar stonden. “Waar moet ik op stemmen? Op de socialisten of op de jonge democraten?”, vroeg ik mij af. Na de eerste tien minuten werd reeds duidelijk, dat één van de twee partijen geen redenen kon noemen, waarom ik op hun partij zou moeten stemmen. De betreffende woordvoerder kon op de gestelde vragen geen duidelijke antwoorden geven. Hij zei altijd iets, maar soms sloeg het nergens op. Als hij helemaal geen antwoord paraat had, dan sneed hij een ander onderwerp aan of begon beschuldigingen aan het adres van zijn tegenstanders te uiten.Het beste debat dat ik heb gezien tot nu toe, is het debat uit de film die we tijdens de eerste week van het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’ hebben gezien. Het betrof een debat tussen elf personen tegen één, op het eerste gezicht bij voorbaat een verloren strijd. Maar die ene man heeft bewezen dat hij met volharding en een degelijke argumentatie, anderen van zijn standpunten kan overtuigen. Een succesvol debater is honderd procent zeker van zijn mening. Om de anderen te kunnen overtuigen, dient hij ieder spoortje van twijfel te verbergen. Als hij het hele debat met een pokerface kan doorstaan, heeft hij de winst al half binnen. Echter, ook een gedegen voorbereiding op het thema is onontbeerlijk. Als hij erin slaagt het debat te sturen (leidende type), dan kan hij ervoor zorgen, dat slechts die onderwerpen ter sprake komen, waarin hij het beste thuis is en waaromtrent hij de anderen kan overtuigen. Als een partij een debat wil winnen, is het dus van belang er mensen naartoe te sturen die over voldoende voorkennis en overredingskracht beschikken. Debatterende partijen dienen altijd bij het onderwerp blijven; nooit over iets anders beginnen. Persoonlijke woorden horen niet thuis in een debat.

Ground Rules samenvattend:

· Wees goed voorbereid
· Goede communicatieve skills zijn noodzakelijk!!!
· Probeer retorisch te zijn
· Blijf bij het onderwerp
· Wees nooit te stekelig/spitsgebekt
· Voeg alleen maar relevante informatie toe
· Gebruik goede bronnen
· Probeer indien mogelijk het debat te sturen
· Wees zelfverzekerd
· Beantwoord de vragen van de tegenpartij

Werkcollege

Dit college begon met een aantal praktische zaken, waarna wij ons met de functies van de non-verbale communicatie hebben beziggehouden. Iedereen moest een stelling voorbereiden voor dit college en tijdens de tweede helft van het college kreeg iedereen één minuut om zijn/haar stelling voor de klas te beargumenteren. Hierna kreeg de klas nog één minuut om erop te reageren. Ik maakte deel uit van die jury, die als taak had de sprekers te beoordelen op basis van de grondregels van een goed debat. Bij iedereen moesten wij naar de lichaamstaal en de manier van praten kijken. Vaak hebben we opgemerkt dat de medestudenten heel zacht gingen praten, waardoor anderen de boodschap wellicht niet helemaal konden verstaan. Een ander probleem was - in veel gevallen - dat de stelling en de argumentatie niet goed van elkaar waren te onderscheiden. Medestudenten die hun stelling presenteerden, maakten weinig oogcontact met hun publiek; ze keken meestal of naar de docenten, of naar de jury. We hoorden tevens een paar stellingen, die niet helemaal goed onderbouwd waren, of waarvan argumentatie niet sterk genoeg was. Er waren ook een paar opvallend goede presentaties, maar die betreffende studenten hadden reeds ervaring in het presenteren van een stelling. Er moet nog veel geoefend worden, maar verder wil ik niemand beoordelen, want ik weet niet hoe ik het zou hebben gedaan. En dit was natuurlijk pas het eerste college, er valt nog wat te leren voor iedereen.

Geen opmerkingen: