Evaluatie week 3: Internet en televisie
Reflectie op de blog van Don
Hallo_Don,
Nadat ik je verslagen heb gelezen wil ik graag een paar dingen opmerken. Wat week 1 betreft, vind ik dat je het heel goed hebt gedaan. Omdat de eerste week het misschien nog niet helemaal duidelijk was, wat er van ons verwachtte was, ging het reflecteren op de eerste week misschien wat lastiger, in het algemeen. Je hebt je gedachten, meningen goed in een ritje gezet en daardoor is het je goed gelukt om op de eerste week te kunnen reflecteren. Ik vind je opmerkingen en samenvattingen goed geformuleerd en beschreven te zijn en in plaats van een korte samenvatting heb je een bredere, lange tekst geschreven.
Wat je reflectie op gastcollege 1 betreft heb ik de volgende punten: Ik vind je beschrijving van de gehoorde informaties van de twee gasten duidelijk, alleen ik zie niet hoe je die in verband probeert te brengen met de literatuur van die week. Een korte beschrijving van de gelezen tekst zou misschien kunnen helpen terugkoppelen. Probeer de literatuur beter verbinden aan het gastcollege, of andersom. Het is inderdaad lastig maar als je aan het voorbeeld van mash-ups denkt, is het wel te doen, dan heb je tenminste een vaste punt wat je kunt verbinden met de punten van de heer Kuik en Michiel van Diesen. Zoals je hebt vermeld, was je op werkcollege 2 niet aanwezig. Het is dan wel moeilijk om een evaluatie te proberen te schrijven, maar persoonlijk vond ik heel goed dat je toch informatie probeerde te vragen over wat er in het werkcollege was gebeurd. En vervolgens heb je iets in je blog kunnen schrijven. Je hebt de opmerkingen van de docent goed samengevat, volgende keer als je aanwezig bent, kan je nog meer dingen opschrijven, want er zijn nog veel dingen te leren op het gebied van goed debatteren. Nog een laatste opmerking, en ik durf het bijna niet te zeggen, want mijn Nederlands is lang niet perfect, maar dit soort problemen zijn voor mij makkelijker te zien, dan voor jullie, moedertaalsprekers: let goed op de zogenaamde -d /-t fouten tijdens het schrijven!
Gastcollege
De week begon - zoals altijd – met een gastcollege. Onze gasten van deze week waren Maaike Rijpstra en Sanne Meets van HollandDoc. Ter voorbereiding voor het gastcollege hadden wij de tekst van Harry van Vliet ’Where television en internet meet’ gelezen.<1> Opmerkelijk is, dat het college een meer aanvullende rol speelde op de gelezen literatuur. Een groot deel van de gelezen informatie kwam ook terug in het gastcollege. We hebben naar alle voordelen (en ook de nadelen) van de digitale televisie kunnen luisteren. De gastsprekers legden nog eens uit, waarom digitale televisie in de toekomst door iedereen gebruikt zou moeten worden, zoals Van Vliet het ook beschreven heeft. In de tekst kunnen we echter veel uitgebreidere informatie lezen over de inhoud, de vorm, het gebruik en de nadelen van de gedigitaliseerde televisie, bekeken vanuit technologisch, economisch en sociaal perspectief.Op het college werden de belangrijkste aspecten nog een keer benadrukt, namelijk:
Digitale televisie geeft een betere beeld- en geluidskwaliteit, je kunt zelf een film kiezen uit de digitale bibliotheek, je kunt de uitzending ook op pauze zetten als je even niet kan kijken, je kunt gemakkelijker films opnemen, je hebt de keuzemogelijkheid uit veel meer kanalen, het is interactief en als je ergens op wilt stemmen, dan hoef je dit niet meer met de telefoon te doen, want je kunt het doen met je afstandsbediening.
Naast de voordelen werden ook enkele nadelen genoemd. Digitale televisie is nog niet voor iedereen betaalbaar gezien de hoge kosten van een settop-box en van een digitaal abonnement. Verder dien je per televisie een digitale ontvanger te hebben, want één ontvanger voorziet slechts digitale ontvangst voor één televisietoestel. Nog een apparaat in je kamer dus, naast de dvd-speler, een videorecorder...en dan hebben we het nog niet eens over de verschillende consoles (Wii, PlayStation, X-Box ). Straks weet ik echt niet meer welk apparaat ik aan moet zetten, als ik naar een DVD wil kijken. Is dit echt wat ik nodig heb?
De markt voor de digitale televisie is nog heel ondoorzichtig. De twee gastsprekers gaven aan zelf eigenlijk niet te weten waar de meeste mensen naar kijken, omdat het aantal kijkers naar een bepaald kanaal in het geval van digitale televisie (nog) niet meetbaar is. Duidelijk is echter wel, dat er steeds meer mensen gebruik maken van digitale televisie.
Uit een onderzoek van de Stichting KijkOnderzoek (SKO) en Intomart GfK (gedaan in 2003!) bleek eveneens het volgende: “Hoewel digitale televisie momenteel in meer dan 40% van de Nederlandse huishoudens aanwezig is, blijkt dat bezitters van een digitaal abonnement in bepaalde gevallen onbewust analoog blijven kijken. Naast het “onbewust analoog kijken” kijkt men soms met opzet via de analoge kabel omdat het makkelijker is om dit “even snel aan te zetten”. Ook wordt bewust teletekst via de analoge kabel gebruikt omdat dit niet altijd digitaal te ontvangen is. Verder zijn andere televisies dan het huiskamertoestel in digitale huishoudens, zoals op de slaapkamer, verantwoordelijk voor een groot deel van het analoge kijken.”<2>
Uit het onderzoek van KPMG en TNS NIPO onder ruim 1.100 Nederlanders kwam het volgende resultaat: “Nederlandse consumenten zijn niet overtuigd van de voordelen van digitale televisie boven analoge televisie. Volgens de consument levert het analoge beeld voldoende kwaliteit en is er geen reden om spontaan over te stappen op digitale televisie. Naast de tevredenheid met het huidige analoge beeld vormen de hoge prijsperceptie en de onbekendheid met de extra, interactieve mogelijkheden van digitale televisie de belangrijkste obstakels om over te stappen.”<3>
Na de uitleg van de voor- en nadelen van deze vorm van televisiekijken, werd ons inzicht verschaft in het HollandDoc: het crossmediale kanaal. Ik ben echter van mening, dat er veel te veel over HollandDoc werd gepraat, waarmee het gastcollege meer een reclamepodium voor HollandDoc werd, dan een vorm van discussie over bijvoorbeeld digitale televisie versus reguliere televisie. Maar....waarom praten we steeds over televisie? Deze week gaat ook over internet; toch werd dit in minder mate besproken.
Volgens mijn verwachting had dit onderwerp uitgebreider aan bod mogen komen. We houden ons teveel bezig met digitale televisie en de ontwikkeling hiervan, terwijl het internet zich veel sneller in allerlei richtingen ontwikkelt. Op het werkcollege werd al geformuleerd dat internet en televisie gaan convergeren. In het artikel van Van Vliet kunnen we hier ook over lezen. In het college en in het artikel werd namelijk uitvoerig besproken hoe televisie en internet steeds meer op elkaar gaan lijken en dat het slechts een kwestie van tijd is wanneer ze tot één medium zullen convergeren. De vraag is alleen: Hoe? Zowel Van Vliet als Rijpstra en Smeets hanteren graag het concept crossmedialiteit. Ik krijg steeds het gevoel dat we ervan uit gaan dat de televisie zo ver doorontwikkeld zal worden, dat het uiteindelijk een 'alles-in-één' toestel word. Maar het zou, naar mijn mening, juist andersom moeten gebeuren. Of liever nog, helemaal niet. Het internet is al zo ver ontwikkeld, kan de nadruk niet hierop worden gelegd? En, een andere vraag geformuleerd: zijn we al zo ver om convergentie te kunnen accepteren? Hebben we hier eigenlijk behoefte aan? Wie gaat onderzoeken wat de consument daadwerkelijk wil?
Helaas bood het gastcollege ons slechts een uitleg van de gelezen stof en een reclamestunt voor HollandDoc, in plaats van een debat. Er werd ook veel te veel over (digitale) televisie gepraat en minder over het internet en de mogelijkheden ervan. Crossmedialiteit en convergentie van TV en internet zijn de keywords van de literatuur en de gasten. Bekeken vanuit de ontwikkelingskant van de televisie. En niet van het internet. Bovendien werd alle nadruk gelegd op de technologische factoren van de ontwikkeling, en geen van de gastsprekers, noch de tekst schenkt aandacht aan de maatschappelijke behoeftes.
Dit college was een aanvulling op de literatuur. Helaas werd er niet gedebatteerd over de diverse meningen. Achteraf bezien was het misschien de bedoeling, dat de twee gasten voorstanders van de digitale televisie representeerden en wij studenten als groep de gewone televisie zouden verdedigen. Deze rol hebben wij echter niet vervuld, waardoor de totstandkoming van een goed debat mislukte.
Werkcollege
In het werkcollege werd er gedebatteerd in groepen van vier. Het centrale thema was ‘televisie en internet’, hierover had elke groep een stelling en argumentatie voorbereid. Onze groep behandelde de volgende stelling: Internet en televisie gaat convergeren.
Kimberley O’Connor vormde de jury, Madelief van Esch was de voorzitter, Michelle van ’t Hof verdedigde de stelling en ik probeerde de stelling te weerleggen. Dit vond ik echter een zeer moeilijke rol, aangezien ik het in werkelijkheid met de stelling eens ben. Hierdoor was mijn argumentatie in mijn ogen zwakker dan die van Michelle. Ik probeerde meer sociale argumenten tegen de stelling in te brengen. Michelle heeft de eerste drie minuten volgepraat met haar argumenten. Daarna probeerde ik de tijd te gebruiken om een korte samenvatting van haar argumenten te maken en erop te reageren, en natuurlijk mijn sociale argumenten te vertellen. Uiteindelijk in de vrije discussie had ik het gevoel dat we langs elkaar heen praatten. Onze argumenten botsten met elkaar, we konden geen vernieuwing in de discussie brengen. Ik hoorde haar argumenten en zij hoorde mijn argumenten, maar we luisterden niet goed naar elkaar en bleven onze eigen meningen te herhalen.
Madelief (voorzitter) heeft haar functie goed ingevuld, alleen lukte het haar op een gegeven moment niet meer om ‘stil te blijven’ en gaf zij ook haar eigen mening over de stelling. Ze bleef dus niet neutraal maar had een positie voor de stelling ingenomen. Kimberly, als jury heeft de volgende opmerkingen gemaakt: Zij vond heel goed, dat Michelle zogenaamde keywords gebruikte, waardoor overzichtelijk werd waar zij over ging praten. Kimberley vond goed dat ik de argumenten van Michelle samenvatte. Ze vond verder dat we veel oogcontact met elkaar hadden, maar we zaten allebei krom, wat eigenlijk niet de bedoeling is tijdens een debat. Ik vond persoonlijk dat Michelle met haar sterke argumenten het debat heeft gewonnen. De volgende keer dien ik de aangehoorde punten van kritiek beter in acht te nemen.
Bronnen:
<1> Vliet, H. van. "Where Television and Internet meet". Eview (2002)
<2> Kwalitatief onderzoek naar gebruik digitale televisie, http://www.radio.nl/2003/home/medianieuws/010.archief/2008/08/133992.htm
<3> Consument dik tevreden met analoge televisie, http://www.kpmg.nl/site.asp?id=2036&process_mode=mode_doc&doc_id=46162)
GEZAMELIJKE DEBATVERSLAG
Organiseren van een debat
Elke week behandelen we in de cursus, Nieuwe media in het actuele debat een nieuwe thema. Deze week waren televisie en internet het onderwerp. Bij een wisseling van een thema wordt er een nieuwe groep aangesteld die in het werkcollege een debat leidt. Deze week was het mijn beurt. Onze eerste doel was het bedenken van drie stellingen. Na een vergadering hadden wij twee standpunten bedacht en een bonusstelling, namelijk:
1. Reguliere televisieprogrammering moet plaats maken voor gepersonaliseerde televisie. Toelichting: het huidige, voorgeprogrammeerde televisiebestel is dusdanig samengesteld dat het een breed publiek, oftewel een massamarkt moet aanspreken. Hier wordt gesteld dat dit bestel het veld moet ruimen voor systemen als EPG (zoals vermeld in de tekst van Van Vliet), die zich richten op specifieke doelgroepen en zelfs individuen, oftewel een nichemarkt.
2. Er moet (meer) ruimte gemaakt worden voor een amateuristisch communicatieplatform binnen het Nederlandse televisiebestel.Toelichting: Zoals Sanne Smeets en Maaike Rijpstra illustreerden in het college is er het vraagstuk betreft User Generated Content: in hoeverre mogen amateurs met eigen input invloed uitoefenen op een door professionals beheerd medium? In De Wereld Draait Door is tegenwoordig elke dag een ingestuurd filmpje te zien, maar hier wordt gesteld dat dit bij lange na niet genoeg is.
3. De potentie van crossmedialiteit zal niet vervuld worden, tot één centrale interface de mediaplatformen samenbrengt.
Opzet
Als opzet hadden wij bedacht dat we de werkgroep in tweeën zouden verdelen. Dit was een strategische keuze, omdat wij wilden dat zoveel mogelijk mensen goed konden participeren in het debat. Toch is deze missie in het eerste debat mislukte, vanwege de vorming van groepsleiders. Tijdens de reflectie merkte een aantal mensen op dat sommige mensen té veel zeiden in verhouding tot anderen. Door deze opmerking werd bij de tweede discussie rekening gehouden met anderen.
Verdeling
De verdeling moest ook tot een betere voorbereiding van de student leiden, waardoor het debat meer diepgang zou krijgen. De voorbereiding was bij veel studenten goed, maar het gebruiken van bronnen bleef achterwege. De participant mocht zelf bepalen wat zijn standpunt was. Tevens moesten beide groepen tijdens het debat staan, en hadden de deelnemers de kans om tijdens het debat over te lopen. We hebben voor deze aanpak gekozen in verband met de kritiek van het vorige werkcollege. Afgelopen week was gebleken dat het zitten de activiteit van een discussie vermindert. Wij wilden de participatie van de deelnemer niet beperken door hem of haar een bepaald standpunt op te leggen, vandaar dat de persoon zelf mocht kiezen wat zijn standpunt op een desbetreffend moment was.
Het eerste debat
Het eerste debat was de discussie die het minst goed uitpakte. Het was vooral een pingpongdiscussie, dat qua beargumentering op dezelfde lijn bleef hangen. Een oorzaak hiervan is dat bij de voorstanders Kim te veel sprak en bij de tegenstanders Kimberley te veel sprak. Het was de taak van de voorzitter om in dergelijke situaties in te grijpen. Hij kon bijvoorbeeld iemand de beurt geven die aangaf, door een stap naar voren te zetten, dat hij of zij iets wilde zeggen. Een andere persoon had de discussie een andere dimensie kunnen geven.De reflectie leverde de volgende resultaten:
* In het debat was er sprake van hoofdsprekers;
* Het innemen van metaposities kon vaker en beter;
* Het gebruiken van bronnen in een discussie geeft meer diepgang;* Het stellen van vragen niet effectief was;
* Het gebruik van beeldende voorbeelden een goede argumentatiestrategie goed was.
Het tweede debat
Bij de tweede stelling verliep de discussie beter. Het kritiek van de reflectie werd toegepast tijdens deze conversatie. Zo kwamen er meer mensen aan het woord en werd er meer gebruik gemaakt van metaposities. Toch viel het op dat er in dit debat veel vragen werden gesteld. De docent zegt dat het stellen van vragen initiatief afnemend werkt. Toch werkte het in deze discussie soms voordelig, aangezien sommige vragen alleen door professionals beantwoord kunnen worden. De tegenstanders kwamen met sterke argumenten, waardoor zij een voorstander van de stelling zover hebben gekregen om over te lopen.
Vergelijking debat met verleden week
Als wij het niveau van debatteren vergelijken met dat van vorige week, dan zien wij een stijging. Door de keuzevrijheid van de standpunten en het staan tijdens het discussiëren verliep het debat soepeler en actiever. Toch kan het niveau van argumenteren hoger, door het gebruik van bronnen, metaposities en taakverbetering van de voorzitter.
Conclusie
De conclusie die wij trekken is dat actieve deelname bevordert wordt door keuzevrijheid en een stapositie. Activiteit en diepgang zijn belangrijke factoren voor het voeren van een discussie. De eerste factor is gelukt, maar aan de tweede moet gewerkt worden. Dit kan gedaan worden door het gebruiken van bronnen en metaposities.
Bronnen
De volgende bronnen hebben wij gebruikt voor het debat. Hierbij moeten wij wel vermelden dat het niet gemakkelijk was om goede bronnen te vinden, omdat de stellingen volgens ons meer gebaseerd waren op gevoel en emotionele waarde dan op echte feiten en cijfers.Onder iedere bron staan het argument die wij uit die bron hebben gehaald.
* Schooneveld, D. van. “Digitale televisie: onbekend maakt onbemind.” [2008] Kpmg, Docs – 23-09-2008 http://www.kpmg.nl/Docs/Corporate_Site/Whitepaper_DigitaleTV.pdf"In de toekomst bestaat er ook een goede kans dat we plaats moeten maken voor gepersonaliseerde televisie waardoor reguliere televisieprogrammering waarschijnlijk zal verdwijnen. Het is echter niet bij iedereen gewenst om deze verandering mee te maken. Zaken als (digitale) TV-uitzendingen zonder reclame-uitingen worden door de consument op zich wel gewaardeerd. Maar om er vervolgens ook meer voor te betalen dan het reguliere abonnementstarief? Dat valt slechts bij een minderheid van de Nederlandse huishoudens (11 procent) in goede aarde. Er moet een keuze blijven bestaan voor reguliere televisieprogrammering. Mensen worden anders verplicht nog meer geld uit te geven voor services waar ze misschien niet eens voor hebben gevraagd. Bovendien, wie zegt dat iedereen het geld heeft om extra te betalen voor deze diensten (Hierbij is het internet dan ook weer oppermachtig)".
* DiMaggio, P., en F. Ostrower. “Participation in the Arts by Black and White Americans.” [1990] HeinOnline – 23-09-2008http://scholar.google.com/scholar?hl=en&lr=&q=info:O_mhN5OjGbwJ:scholar.google.com/&output=viewport&pg=1"Als er meer ruimte wordt gemaakt voor een amateuristisch communicatieplatform kan er een ongelijke verdeling ontstaan tussen etniciteit. Zo stond in het blad Social forces een artikel van twee yale-professoren die zeiden dat de participatie van zwarte mensen in kunst kleiner is dan de participatie van de blanke mens. Men kan een ongelijke verdeling beschouwen als oneerlijk. En deze interpretatie van oneerlijkheid kan ‘haatgevoelens of opstandjes’ opwekken".
* Buckalew, J.K. “News Elements and Selection by Television News Editors.” [1969-70] HeinOnline – 23-09-2008 http://scholar.google.com/scholar?hl=en&lr=&q=info:n4dhWyuoFtAJ:scholar.google.com/&output=viewport&pg=1
"Als amateurs eigengemaakte filmpjes mogen uitzenden op de Nederlandse TV is er vaak sprake van een selectie van filmpjes of reproductie van het filmpje. De broadcaster kan het filmpje nog naar zijn eigen smaak vervormen. Door middel van selectie en reproductie wordt het werk van de amateur beschadigd. Hierdoor kunnen we niet spreken van een amateuristisch communicatieplatform dat in zijn geheel amateuristisch is".
* Asa Briggs en Peter Burke, Sociale geschiedenis van de media. Van boekdrukkunst tot internet. Nijmegen: SUN, 2002. Hoofdstuk 3: “Media en publieke sfeer in vroegmodern Europa”. 77-88, 96-104"Ik zie geen doel in het amateuristisch platform, het is wel vermaak. Maar het zal nooit de couch potatoe veranderen in een deelnemer van een active audience. Habermas stelde namelijk dat een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd vrij van dwingende machten. Een realisering dat elke kijker gaat deelnemen aan een discussie is onmogelijk. Tevens zorgt het selectieproces dus dat niet elke deelnemer daadwerkelijk mag deelnemen. Daarnaast haal ik het reproductieproces naar voren. Door dit proces kunnen stukjes geknipt worden en kan de interpretatie van een meningsuiting veranderen. Door dit proces wordt de rationele discussie niet gerealiseerd".
*Hoorcollege 22 september, Maaike Rijpstra en Sanne Smeets, VPRO en Vliet, H. van. (2002) "Where Television and Internet meet". Eview.Zijn bronnen die elke student die het vak Nieuwe media en het actuele debat volgt heeft gelezen. We hebben deze artikelen vooral als achtergrondinformatie gebruikt. Wij hebben weinig argumenten op de lezing en het artikel gebaseerd, omdat wij verwachtten dat de meeste mensen waarvoor we het debat organiseerden gebruik zouden maken van deze bronnen.
* Boogert, E. "Omroepen met persoonlijke on demand TV." [2006] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1481342"Het wordt belangrijk om slimme interfaces te bouwen." Ouderen, bijvoorbeeld, dienen in beeld ondersteund te worden bij het maken van kijkkeuzes bij de toekomstige vormen van televisie. Het aanbod zal immens zijn. "2006 wordt het jaar dat de diensten naar de huiskamer komen".
* Holland Doc Kijk en Luister: Opinie & Gesprek, http://www.hollanddoc.nl/dossiers/27851763/Achtergronden bij het hoorcollege.
* Libbenga, J. "Omroepen orienteren zich op on demand-tv." [2005] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=866870De commerciële omroep is zich nog aan het oriënteren op on demand diensten. "We hebben er naar gekeken, maar we denken niet dat er veel mensen zijn die aflevering 25 van Over De Rooie nog eens willen zien," reageerde Patrick Tillieux, voorzitter SBS Broadcasting, op vragen in Bussum. Ronald Goes van Talpa TV is daarentegen juist erg te spreken over het onderdeel Programma gemist, dat op de website van Talpa wordt aangeboden. Daarvan wordt volgens Goes enorm veel gebruik gemaakt, net als van de livestreams. "Kijkers nemen dagelijks zo’n 500.000 streams af.”
* Lister et al, New Media: A Critical Introduction. New York: Routledge, 2003Achtergrondinformatie waaruit wij onze voorkennis hebben opgedaan.
* Marbe, N. "Kom snel, een boze moslim op TV!" [2008] Opinie – De Volkskrant - 24-09-2008 http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/1291/Kom_snel,_een_boze_moslim_op_tv!Wat moet je als je buurman je op een dag toeroept: ‘Ik geef je geen hand meer, want daar krioelt het van de geslachtsorganen.’ [...] Het laatste wat je verwacht is dat zo’n gekwelde kamerbreed op televisie verschijnt, uitgedost als salafistisch strijder. Daar mag hij helemaal los gaan, met gebalde vuisten; niemand grijpt in. Ach ja, kijkcijfers. Zo iemand wordt niet uitgenodigd omdat hij wat zinnigs te melden heeft of omdat hij de stem van de islamitische gemeenschap is. Wat telt is dat hij niet moeders mooiste is, nors kijkt en agressief wordt als je hem tegenspreekt. Een pratende Bokito – altijd prijs.
* Roelofs, R. "ACTV wil Europa gepersonaliseerde reclame bieden." [2001] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=43684Gregory Lovett, senior vice-president van ACTV Europe: "Nu is er een grote verspilling in televisiereclame. Als je op traditionele wijze met luiers adverteert, is dit voor een huishouden zonder kinderen niet relevant. Maar met SpotOn kunnen adverteerders voor de luierreclame huishoudens met baby's selecteren, terwijl andere huishoudens tegelijkertijd, afhankelijk van wat het meest toepasselijk is, benaderd kunnen worden met bijvoorbeeld commercials over tandpasta, huidverzorging, shampoo of make-up. Bovendien kunnen consumenten met deze technologie informatie aanvragen en producten bestellen."
* Tomesen, R. "Forse toename kijkers Zoom.in en Uitzendinggemist.nl." [2006] Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1057554De kijkcijfers van twee van de belangrijkste Nederlandse aanbieders van online video's stegen fors in 2005. De nieuwsvideo's van Zoom.in zijn vorig jaar in totaal bijna 38 miljoen keer bekeken, een groei van 55 procent vergeleken met een jaar eerder. Het aantal online video's dat via uitzendinggemist is opgevraagd, is volgens Bas Buesink van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek (KLO) vorig jaar nog sterker gestegen. Hij spreekt van minimaal een verviervoudiging.
* Wiersma, T. "Verschuiving gaande in VS van tv naar webreclame." [2005]Emerce - 24-09-2008 http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=614336"Binnen reclamebudgetten is een verschuiving gaande waarbij het web steeds vaker de voorkeur krijgt boven de televisie," aldus Wenda Harris Millard, hoofd sales van Yahoo, dat vorig jaar 3 miljard dollar aan advertentieruimte wist te verkopen. "Marketers zien eindelijk in dat ze het veranderende mediagedrag van de consument niet langer kunnen negeren."
woensdag 1 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten