maandag 13 oktober 2008

E-learning

Evaluatie week 5: E-learning

Gastcollege

Op het gastcollege hebben wij kennisgemaakt met Renee Filius en Erna Kotkamp. Erna Kotkamp was al een bekende voor iedereen die de cursus ICT heeft gevolgd. Erna Kotkamp en Renee Filius zijn medewerkers bij de IVLOS (Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden),die onderdeel is van de Universiteit Utrecht. IVLOS houdt zich bezig met een aantal zaken op het gebied van ICT. Ze geven adviezen over onderwijs (zowel het voortgezet als het hoger onderwijs), ze bieden lerarenopleidingen aan en doen ook onderzoek naar verschillende vormen van onderwijs. Erna houdt zich bezig met het uitvoeren van onderzoeken op het gebied van nieuwe media; onderzoek naar E-learning en de ontwikkeling van E-learning. Tijdens het college is er een discussie ontstaan over WEBCT. Wij studenten hebben over de nadelen van WEBCT geklaagd en vragen gesteld over bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid van WEBCT, waarom wij WEBCT gebruiken in plaats van Blackboard of waarom wij geen externe hulpmiddelen gebruiken. Na het beantwoorden van al die gestelde vragen kunnen we concluderen dat het probleem in de verschillende E-learning - omgevingen zit en dat de achterliggende technologie niet groot genoeg is voor het massale gebruik van de Universiteit Utrecht. Het ontwikkelen van één, universeel E-learning – systeem is een kwestie van jaren. Hierna zijn er twee discussies ontstaan over ICT , waarbij het kernwoord ‘mediawijsheid’ was. Wat betekent dit precies? Om hier een antwoord op te geven wil ik graag de woorden van Renee Filius en Erna Kotkamp gebruiken: het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld. De eerste stelling was ‘ Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs’. We mochten in kleine groepjes overleggen en dan een positie innemen vóór of tegen deze stelling. Bij deze stelling speelde niet het debat de belangrijkste rol. Na het lezen van de zin begon er een meer kritische, reflectieve discussie te ontstaan over de breedheid van deze stelling. Immers, met wie dienen wij jongeren te vergelijken, en wat bedoelt de stelling met slim, snel en sociaal? Zijn we puur slimmer omdat we goed met computers om kunnen gaan? We zijn de ‘digital natives’: mensen die het internet net zo normaal vinden als het water uit de kraan. Betekent dat, dat de voorgaande generaties mensen minder slim zijn? Al die kritische vragen werden gesteld, in plaats van een debat. Ik heb de indruk, dat soms kritiek geven beter gaat dan het debatteren zelf. Omdat de eerste discussie over de eerste stelling erg lang duurde, hadden wij minder tijd over voor de tweede stelling: Onderwijs aan de universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten, als het gaat om ICT gebruik. We hadden reeds kritiek geleverd op het gebruik van WEBCT en de discussie ging opnieuw die kant op. Maar wegens tijdgebrek werd deze stelling niet grondig besproken.

Na het lezen van het artikel van J.C. Herz: ‘Gaming the system’, is het mij opgevallen dat deze tekst veel minder in verband staat met het gastcollege dan in het geval van vorige week. <1>Beter geformuleerd: de opvattingen van Erna Kotkmap en de opvattingen van Hertz met betrekking tot E-learning lopen tamelijk uiteen. De tekst levert ook een bijdrage over de ontwikkeling van E-learning, maar vanuit een ander perspectief. De tekst gaat over de verschillende educatieve rollen van gaming, daar waar wij het op het gastcollege meer over WEBCT en over andere vergelijkbare bronnen van E-learning hebben gehad. Nogmaals, WEBCT is een platform, waar je hoorcollegedia’s kan terugvinden, aantekeningen met elkaar kan delen, contact met je docent kan opnemen en met andere studenten kan communiceren via chat of e-mail.
Evenwel staat bij beide vormen van E-learning het educatieve aspect centraal. Participatie, vormen van groepsidentiteit, spelend leren en dingen delen zijn de sleutelwoorden van Herz. WEBCT is een goed platform voor studenten om te participeren, groepsidentiteit te vormen en dingen (bijv. aantekeningen van colleges) te delen. Alleen van spelen is hier geen sprake. Volgens Herz zou dit ook kunnen in het hogere onderwijs. Zij neemt de ‘role playing game’ World of Warcraft als voorbeeld en zegt: “It offers students a way to understand their development as a continuum…”(Hertz, 188)<>. Dit soort gaming zou dus een bijdrage leveren aan het begrijpen van de ontwikkeling van het zelf, hiermee zou de student zichzelf beter kunnen leren kennen en begrijpen.
De gastsprekers op het college spraken in het kader van E-learning over de mogelijkheden van on-line leeromgevingen, terwijl Herz E-learning bespreekt E-learning als een medium, dat de spontaniteit van de gebruikers bevordert. Zij legt de nadruk op participatie en ontwikkeling van het zelf op individuele wijze. Om dit toe te lichten wil ik graag twee termen gebruiken die op het werkcollege werden besproken, in het debat georganiseerd door Puck, Bob, Mandy, Eefje en Hermine. Het ene is het formeel, het andere is het informeel leren. ‘Van formeel leren is sprake als een leren doelbewust en systematisch plaatsvindt. Een organisatie (school of opleidingsinstituut) is initiatiefnemer van dit leren dat de vorm heeft van een cursus of opleiding. Van informeel leren is sprake als leren meer spontaan plaats vindt, op initiatief van de lerende zelf.’<3> Omdat dit onderzoek alleen binnen het bedrijfsleven is gedaan, kunnen we niet meteen concluderen, dat het ook betere resultaten in het schoolsysteem zou opleveren, dus naast het traditionele systeem ingezet zou moeten worden, maar het is interessant om te bekijken hoe E-learning studenten kan helpen bij hun studie. E-learning is niet het doel, maar een middel voor het onderwijs. Hierover meer informatie in de bespreking van het werkcollege. Tot slot wil ik zeggen, dat deze twee voorstellingen van E-learning elkaar niet uitsluiten. Deze twee diverse vormen van E-learning kunnen elkaar best aanvullen en kunnen samen misschien een beter resultaat opleveren.

Samenvattend zijn er dus twee mogelijkheden binnen het gegeven van E-learning: zogenaamde, voor studenten gecreëerde leeromgevingen (zoals WEBCT, Blackboard), ofwel een platform voor formeel leren en anderzijds het zogenaamde leren op eigen initiatief (besproken in de tekst van Herz, in vorm van diverse games), ofwel informeel leren. Ze sluiten elkaar niet uit; ze kunnen elkaar zelfs aanvullen. De vraag vorm beter werkt binnen het onderwijssysteem, zou een goede basis zijn voor een toekomstig onderzoek. Gaat misschien iemand van ons dit uitvoeren voor het bachelorwerkstuk? We zien het wel!


Werkcollege

Nog steeds hebben we het over E-learning. Nu gaan we in kleine groepen debatteren over dit onderwerp. In de eerste helft van het college neem ik deel aan het debat. Helaas niet letterlijk, maar met mijn gegeven informatie. De stelling van deze week: ''E-learning draagt bij aan het verhelpen van het lerarentekort in het onderwijs.” Ter voorbereiding heb ik met mijn groepsgenoten afgesproken in de kantine om 13:00 uur. Iedereen heeft voor bronnen gezorgd en iedereen heeft het ook meegenomen. Uit de geprinte bronnen hebben we de sterkste argumenten geselecteerd. Ik heb een goed artikel gevonden op het internet: ‘E-learning is niet het doel, maar een middel’. Dit zinnetje was sterk genoeg, jammer dat Madelief het heeft uitgesproken. Dat was namelijk mijn bedoeling, maar we hebben eigenlijk geen echte taakverdeling gemaakt, dus ze heeft het zinnetje gepakt, en op een gegeven moment ter discussie gegooid. Argumenten van de ene kant, argumenten van de andere kant. De tegenpartij: Er is sprake van extra taken voor leraren, geen interactie tussen leerling en docent. Ons argument gaat meer over het leren in eigen tempo voor de leerlingen. Er is wel sprake van interactie tussen docent en leerling, want niet alle lessen kunnen via internet of computer gehouden worden. Denk hierbij aan een gymles. En opeens nam de discussie een andere richting. Sociale aspecten, hoewel de stelling niet hierover ging. Teruggaand naar de originele stelling was de tijd om. Michiel, als voorzitter, heeft zijn opmerkingen en suggesties gemaakt over hoe hij het debat in een andere richting had gestuurd. Volgens hem hadden wij beter gebruik kunnen gemaakt van de nadelen en voordelen van het klassieke onderwijs. Jammer, volgende keer! Thomas Poell heeft snel samengevat wat we goed en niet goed hebben gedaan. Nog steeds moeten we meer aandacht besteden aan het innemen van een sterke metapositie en we moeten een sterke slotzin bedenken, waarmee we onze argumentatie kunnen beëindigen. De voorbeelden hadden ook beter gekund. Maar, we hebben goed gebruik gemaakt van samenvatting. Bronnen mogen beter gebruikt worden, alleen was het echt moeilijk om goede bronnen te vinden. Voorzitters mogen actiever zijn.
In de tweede helft hebben Bob, Eefje, Hermine, Mandy en Puck het debat georganiseerd. Ik werd in groep 1 ingedeeld. Onze stelling 'De 'E' van E-learning staat voor Eenzaamheid.'
In deze discussie vormden mijn groepsleden en ik de voorstanders van de stelling. E-learning en eenzaamheid, een logische veronderstelling. Je bent alleen met je computer. Van de andere kant hoorden wij de argumenten over geen reistijd en dat je meer tijd met je kind kan doorbrengen, dus je bent niet alleen. Onze groep ging – in plaats van te overleggen over onze reactie – aantekeningen maken over de gekregen informatie. Hierdoor werkte de samenwerking minder goed. Bij de tegenpartij werkte het andersom, ze vulden elkaars argumentaties goed aan. Positief dat we goed gebruik hebben kunnen maken van de bronnen, maar doordat er geen samenvatting was kregen wij op een gegeven moment een soort pingpongdiscussie met elkaar. En de metapositie moet nog steeds komen/sterker worden.

De stelling van groep 2 was: ‘E-learning moet alleen worden ingezet bij informeel leren, formeel leren moet op de traditionele manier blijven bestaan’. Na een korte toelichting wat er onder ‘formeel’ en ‘informeel leren’ wordt verstaan, begon de discussie. Informeel leren werd meteen gekoppeld aan WEBCT. Volgens Kimberley moet E-learning verplicht zijn, anders zal het niet gebeuren. Er is een discussie ontstaan over het begrip ‘traditioneel’. Het is van tijd afhankelijk, wat bedoelen wij met traditioneel? Van Kimberley horen wij een opmerking: ‘we gebruiken al E-learning…’ Na een lange discussie over deze stelling komt het er op en neer, dat beide groepen hetzelfde bedoelden te zeggen. Na een argument van de tegenpartij geeft Mandy een sterke, retorische opmerking: ‘Je zei het net…je mag overlopen’. Hiermee werd haar positie versterkt en volgens mij het debat gewonnen voor haar partij. Na afloop van het debat kregen wij de volgende werkpunten van Thomas Poell voor de toekomst:

- we moeten zorgen voor een nog sterkere metapositie
- goede bronnen en goed gebruik van bronnen zijn belangrijk
- voorzitters mogen actiever zijn
- we mogen best retorische opmerkingen maken (wat goed van Mandy)
- als een stelling dubbelzinnig is, mogen wij hem op onze eigen manier gaan interpreteren Volgende keer hierop letten!


Bronnen:

<1> Herz, J.C.”Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum, (2001): 169-191

<2> Herz, J.C. “Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds.” The Internet and the University, Forum, (2001) pp. 188


<3> E-learning 2.0, sociaal, flexibel en persoonlijk, 2007. – 06-10-2008 http://www.te-learning.nl/elearning20sociaalflexibelenpersoonlijk.pdf

<4> E-learning – távol az iskolától, http://www.fn.hu/archivum/20041118/e_learning_tavol_iskolatol/

1 opmerking:

nickvsomerenbrand zei

Beste Bernadette,

bij voorbaat mijn excuses dat ik niet zo uitgebreid ga reageren als Puck gedaan heeft. Allereerst wil ik zeggen dat je duidelijk haar commentaar ter harte hebt genomen en er iets mee gedaan hebt. Je typfouten zijn tot een minimum beperkt en ook ik neem het je natuurlijk niet kwalijk dat je zinnen soms niet helemaal goed zijn. Je taalgebruik is goed en hangt op een fijne manier tussen het academische en weblog-stijl in. Ook het samenvatten heb je goed overgenomen.

Wat betreft de samenhang tussen artikel en hoorcollege merk ik dat je probeert verwijzingen te maken, maar niet echt diep gaat. Waarschijnlijk komt dit, doordat je het artikel los van het hoorcollege behandelt. Als je de twee met elkaar zou verweven (als je begrijpt wat ik bedoel), is het ook makkelijker om op het verband in te gaan en is de samenhang nog beter.

Andere pluspunten vind ik je gebruik van externe bronnen. Wat ik me echter afvraag, is of je aan de hand van deze bronnen probeert je eigen standpunt in het debat duidelijk te maken. Als dit zo is, moet je dit, denk ik, explicieter vermelden. Als dit niet zo is, dan zou dit een aandachtspuntje voor de laatste blog kunnen zijn.

En dan de mindere punten. Je hebt een aantal onvolledigheden in je blogs staan, die je nog niet hebt aangevuld. Een voorbeeld is: "EPN houdt zich bezig met..." Soms spel je ook namen verkeerd, zoals Erna Klotkamp (Kotkamp) en Hertz (Herz). Dit is natuurlijk zo te corrigeren. Ik wilde ook voorstellen om kortere zinnen te gebruiken aangezien je soms geneigd bent om twee zinnen aan elkaar te verbinden door een komma, maar in je blog over e-learning pas je dit al toe. Ga zo door.

Als laatste denk ik dat je moet werken aan de inhoud van je werkcollege-evaluaties. Deze zijn heel uitgebreid en ook redelijk scherp, maar moeten veel meer gaan over jezelf. Je bespreekt het verloop en presteren van debatten waarin je zelf niet participeert, maar dat is volgens mij verspilde moeite. Hoofdonderwerp moet zijn hoe jijzelf presteerde en hoe je dat in de toekomst wilt gaan verbeteren. Dat bespreek je nu al wel een beetje, maar het zou dus precies andersom moeten zijn, zodat de medestudenten een voetnoot zijn en jouw eigen progressie de boventoon voert.

Volgens mij is het al met al best nog uitgebreid geworden... Heel veel succes met het afmaken van je blog en je opleiding!

Nick van Someren Brand